Posts tonen met het label GPD. Alle posts tonen
Posts tonen met het label GPD. Alle posts tonen

1 augustus 2009

En Baby verveelt zich stierlijk



Baby heet de enige olifant van circus Herman Renz, ook al is zij met haar 38 jaar hoogbejaard. De grijze reuzin staat altijd moederziel alleen. Zielig?

Het is maar hoe je het bekijkt, vindt tourneemanager bij Herman Renz, Marcel Bergema. "Er is wel eens geprobeerd een andere olifant bij haar te zetten, maar die accepteerde zij niet." Een paar honderd kilo wegende dame met een willetje.
Bovendien heeft Baby een prima leven, vervolg Bergema. Ze krijgt liefdevolle verzorging en als ze niet buiten op het gras kan staan, heeft ze haar ruime, verwarmde wagen. Ook de andere meereizende dieren hebben het doorgaans goed, bezweert de tourneemanager.
Toch zijn het juist olifanten als de eigenzinnige Baby die de onderzoekers van Wageningen Universiteit de grootste zorgen baren. In hun rapport Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland concluderen zij dat de Aziatische dikhuiden niet zozeer lijden onder de vele pirouettes die zij draaien, maar onder stierlijke verveling. Buiten de shows staan ze een groot deel van de dag vastgeketend aan een ijzeren ketting en krijgen ze te weinig beweging, waardoor ze uit frustratie urenlang met hun slurf zwaaien en van poot naar poot wiebelen. Stereotiep gedrag heet dat in jargon.

Activisten en circusartiesten vliegen elkaar al jaren in de haren over dieren in de piste. Lijden zij onder hun bestaan, of juist niet? Toen de discussie vorig jaar ook in de Tweede Kamer oplaaide en zich een 'linkse meerderheid' aftekende voor een verbod, besloot minister Gerda Verburg voor het eerst te laten uitzoeken hoe het echt is gesteld met hun welzijn.

De onderzoekers van de Animal Science Group formuleren hun oordeel behoedzaam. 'In het algemeen' is de gezondheids- en voedingstoestand van 'de meeste dieren' in orde. Een uitzondering maken zij voor drie Aziatische olifanten in twee circussen, bij Herman Renz en Renz Berlin. Hun welzijn is 'in ernstige mate aangetast'. Maar ondanks hun algemene milde conclusie, tekenen de onderzoekers ook aan dat verzorgers onvoldoende kennis in huis hebben, de administratie een rommeltje is, als die uberhaupt al aanwezig is, en dat dieren worden meegesleept die nooit optreden. Extra maatregelen zijn nodig om misstanden 'in de toekomst' te voorkomen, heet het voorzichtig in de aanbevelingen. Met andere woorden: voorlopig hoeven de wilde beesten de tent nog niet uit.

Maar nu het langverwachte rapport er ligt is de strijd niet voorbij. "Circussen houden zich niet eens aan hun eigen richtlijn", zegt Leonie Vestering van Wilde Dieren de Tent Uit, een coalitie van dierenbeschermingsorganisaties. "Dierenverblijven zijn kleiner dan ze zelf voorschrijven en hun administratie is niet op orde." Bovendien konden de onderzoekers de vraag of trainingen al dan niet gepaard gaan met mishandeling, niet beantwoorden. Zij kregen geen toestemming daarbij aanwezig te zijn.
Ook de Dierenbescherming is teleurgesteld in het rapport. "Er staan veel bevindingen in die aanleiding geven tot grote twijfel over het welzijnsniveau van alle dieren in circussen", zegt directeur Frank Dales. Ook hij constateert: "Niet al deze bevindingen komen terug in de eindconclusies."
Adri Lammer, woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO) reageert geprikkeld. Het onderzoek toont volgens hem klip en klaar aan dat er geen enkele sprake is van misstanden met circusdieren. "Wij kunnen goed leven met deze aanbevelingen."
Voor Marcel Bergema van Renz staat het volgende optreden alweer op punt van beginnen. Met Baby in een glansrol. Een circus zonder dieren is nu eenmaal geen echt circus, vindt hij. "Het publiek vraagt er ook om. Zonder onze dieren vinden ze er niets an."
(Sandra Donker en Dylan de Gruijl, GPD)

Lees verder......

28 juli 2009

Beroemd tegen wil en dank


Eénmaal werd het haar echt te gortig. Tijdens een kampeervakantie in Frankrijk brak een hels onweer los. Het regende pijpenstelen, binnen de kortste keren stond er 30 centimeter water in de tent. Ik ga in de auto zitten, riep ze naar haar echtgenoot, ik kom er voorlopig niet meer uit! Van achter de voorruit van hun wagen keek ze met heilig ontzag naar het natuurgeweld daarboven, wetende dat ze in haar kooi van Faraday tenminste veilig zat voor blikseminslagen.


Helga van Leur, weervrouw bij RTL, houdt niet van onweer. ,,Het is die klap. Een flits, en dan die knal, als het heel dichtbij komt, lopen de rillingen over mijn rug. Ik heb wel eens meegemaakt dat de bliksem in mijn achtertuin insloeg. Ik kan je verzekeren dat je op je benen staat te trillen. Ik vind het griezelig, het is ook gevaarlijk. Vroeger kroop ik diep onder de dekens als het hard onweerde, maar nu heb ik drie kindertjes die ik wel moet kunnen horen.''

Een dag voor het interview kon ze haar lol niet op. Noodweer trok over Nederland, met een ongekend aantal van 75.000 ontladingen, hagelstenen als kippeneieren en centimeters regen was het op z'n minst onstuimig te noemen. ,,Ik lag in mijn bed en zag de radarbeelden in mijn hoofd voorbij schieten. Ik weet nu precies wat er gebeurt, dacht ik, het moet er nu ongeveer zo en zo uitzien, ik keek op de klok om te kijken hoe laat het onweer overtrok, of mijn weersvoorspelling ongeveer uitkwam. Dat was zo. Dat is dan natuurlijk wel weer kicken. Bang ben ik op zo'n moment even niet meer. Een beetje beroepsdeformatie kan wonderen doen.'' Uitbundige lach.

In haar werkkamer in de RTL-studio in Hilversum is ze in haar element. Om haar heen schermen met veel donkerrode en gele vlekken, een teken dat de depressie nog doorwoedt op de Noordzee. Over een paar uur zal ze in het nieuws opgewekt, en met struise gebaren, uitleggen dat het hier een zeldzaam 'thermisch lagedrukgebied' betrof. Voor de camera verraadt niets dat ze 's nachts uren heeft wakker gelegen.
Het is het resultaat van ruim twaalf jaar ervaring. Haperingen, versprekingen, het brengt haar niet langer van haar stuk.,,Ik weet dat als ik haper, mijn basiskwaliteit voor een praatje nog steeds voldoende is. Ik heb inmiddels geleerd: die zes haal ik toch wel, zolang ik maar bij mezelf blijf. Het gaat allemaal spontaan, ik schrijf niets uit. Ik begin om twaalf uur, ben er de hele dag mee bezig, bereid alles voor, maak alle weerkaarten zelf, wat kan nog mis gaan? Vroeger kon ik er wakker van liggen, toen was ik heel onzeker, over mijn kleding, of alles wel klopt. Nu denk ik: pff, ik sta hier niet om mijzelf, maar om het weerbericht. Als mijn haar niet goed zit hebben ze weer wat leuks in De Wereld Draait Door.''

Die nuchtere onverschilligheid, daar heeft ze lang aan moeten werken. Want dat Helga van Leur ooit bij de televisie zou komen te werken, lag helemaal niet in de lijn der verwachtingen. Ze was onzeker, verlegen, wilde voor geen goud in het middelpunt van de belangstelling staan. ,,Vanuit mijn verlegenheid dacht ik altijd: doe ik het wel goed, kwets ik geen mensen, ik bleef liever op de achtergrond. Dat dit op mijn pad komt, is een grote leerschool. In de schijnwerpers staan was het engste wat er is, het is totaal het tegenovergestelde van waar ik me veilig in voelde. Dat heeft zo moeten zijn.''
Peinzend: ,,Mensen zijn nog steeds verrast als ik zeg dat ik verlegen van aard ben. Bij bijeenkomsten met andere Bekende Nederlanders voelde ik me vroeger zooo klein. Oeioei. Maar mensen kennen me nu eenmaal, de koningin kent me ook. Dat is een raar idee, maar zij kijkt natuurlijk ook gewoon naar het weerbericht.'' Ook al kennen veel mensen haar vooral als de-weervrouw-met-bril. ,,Dat hoor ik nog steeds zó vaak! Terwijl ik dat ding al zeven jaar niet meer op heb.''

Een zachte klop op de deur. ,,Ik moet je éven gedag zeggen''. Helga van Leur kijkt op en vliegt de oudere heer om de hals. ,,Jaap Brand! Bij elke presentatie denk ik wel even aan hem. Hij heeft mij presenteren geleerd.'' De Hilversumse éminence grise glimlacht beminnelijk. In Spanje is het kouder dan bij ons, doceert hij een van zijn stokpaardjes. Niet zeggen: hier is het 25, daar in het zuiden 20 graden. Dat blijft niet hangen. Nee, kóuder dan bij ons, daar hebben de mensen het over. ,,Je moet kijkers kunnen pakken, kunnen raken.'' Hij wandelt de deur weer uit, en zegt: En blijven leren. Want dat houdt nooit nooit nooit op.''
Dat devies had ze zichzelf al eigen gemaakt voordat Jaap Brand ten tonele verscheen. Helga van Leur kreeg niks voor niks, tot aan haar opleiding Bodem, Water en Atmosfeer aan de Universiteit Wageningen aan toe. ,,Ik ben altijd een harde werker geweest, gedisciplineerd. Toen ik van lagere school afkwam gaf de hoofddocent als advies lager beroepsonderwijs, meer zat er niet in. Mijn ouders vroegen of ik niet gewoon naar de brugklas kon. Gaat ze niet redden, was het antwoord. Ik heb toch havo gedaan, en daarna vwo. Toen was het weer: reken maar dat je daar drie jaar over zult doen, over vijf en zes vwo. Dat is toch geen instelling? Dat is mensen onderaan plaatsen. Ik zeg altijd: probeer het, kijk waar je grenzen liggen, als het te hoog gegrepen is kan je altijd een stapje terug doen. Ik heb dat met mijn eigen kinderen ook nog steeds. Als hun school ergens heel stellig in is, dan zit ik meteen in de hoogste boom. Hooo! Hohoho! Er is niet één waarheid.''
,,Ik was niet assertief als kind, ik was het verlegen meisje. Een solist. Ik werd gepest. Een meisje waarmee ik bevriend was, viel buiten de groep. Ze was hartstikke leuk! Maar omdat zij gepest werd, was ik de volgende. Schelden, dingen afpakken, spullen kapot maken. Kinderen zijn soms heel gemeen, extreem hard. Ik heb een bleke huid, dan ben je een bleekscheet. Ik heb sproeten. Alsof ik daar iets aan kon doen! Ik zou ook wel graag heel bruin zijn. Je kunt het de kinderen niet altijd kwalijk nemen, wel de ouders, en de docenten die er blind voor zijn. Een docent weet dondersgoed wie er binnen de groep het meest gevoelig voor is. Die haalt z'n schouders op en zegt: in de lunchpauze ben ik er niet bij. Ik ging op een gegeven moment naar de onderwijzer toe, maar dat hielp niets. Hij zei: je moet niet klikken. In de tweede klas van de lagere school ben ik ook op de moeder van een pestkop afgestapt. Woorden doen geen pijn hoor, was het antwoord. Nouja! Daar kan ik nog kwaad over worden. Als je je kind al zo opvoedt, hoe kun je dan verwachten dat die zich netjes gedraagt.''
,,Mijn man zei het later, en dat zeg ik nu ook altijd tegen iedereen die gepest wordt: blijkbaar heb jij iets bijzonders. Mensen hebben dat door, kunnen er de vinger niet precies op leggen, voelen het wel aan, en uiten zich door zich er tegenaf te gaan zetten. Dan voelen ze zich sterker'. Ik geef het mijn kinderen ook mee. Als een van mijn kinderen een pestkop blijkt te zijn, dan heeft hij een heel groot probleem thuis. Ik leg hen uit dat iedereen volwaardig is, ga juist met iemand praten. Je bent juist leuk om wie je bent, later wordt het gewaardeerd, als je groot bent.
Mensen kon weinig grip op mij krijgen. Ik ben gevoelig, dus ik trek wel degelijk emoties van anderen aan, maar dat betrek ik dan snel op mijzelf. Als er kritiek was, dacht ik snel: ik doe iets niet goed. Dat laat je natuurlijk niet merken, want dan wordt je ook kwetsbaar...'' Peinzend: ,,Ik weet ook niet was het was. Maar het is ook niet zo dat ik een heel ongelukkige jeugd had, het heeft al met al een paar jaar geduurd.''

Ze is er klaar mee, met dat verleden. Zeker toen ze laatst een e-mail kreeg van een jongetje dat het destijds steeds op haar voorzien had. ,,Ik heb me ooit publiekelijk laten ontvallen dat ik door hem gepest was. Hij is de oprichter van buienradar. ,,Nou Helga, daar ben ik dan, Edwin Rijkaart van Cappellen'', schreef hij. Hij bleek zich er niets van te herinneren, schreef dat hij als kind zelf juist heel verlegen was. ,,Zo zie je maar dat het geen zin heeft om er in te blijven zitten. Wat in het verleden is gebeurd is gebeurd. Ik ben helemaal geen rancuneus type, dat geeft het alleen maar negatieve energie. Daar schiet je niks mee op.''
Van Leur kijkt liever vooruit, ook verder dan de dag van morgen in het dagelijkse weerbericht. Tegenwoordig houdt ze als meteoroloog in het hele land lezingen over duurzaamheid en de risico's van de opwarming van de aarde. Haar boodschap: hoe kunnen we het anders, optimaler doen. ,,Daar ligt mijn toekomst, denk ik.Ik ben goed in communiceren, inspireren. Ik ben geen doemdenker, maar weet wel dat we met z'n allen een groot probleem hebben als wij niet inspelen op de klimaatverandering.''
Maar voorlopig zit ze nog goed bij RTL. De uiterste houdbaarheidsdatum voor televisie is wat haar betreft nog niet in zicht. Misschien zit er nog tien jaar voor de camera voor haar in het verschiet. ,,Ik heb een vakgebied, ik ben niet zomaar inruilbaar, ik ben specialist.''
Toch klinkt weer even die lichte twijfel, onzekerheid door. ,,Er kan natuurlijk altijd een zenderbaas komen die voor het weerbericht alleen maar leuke jonge grietjes wil hebben...'' Ze zwijgt even. Dan, ferm: ,,Maar dat verwacht ik niet bij RTL. Die zijn meer van de inhoud.'' De blik is veelbetekenend.


Lees verder......

25 juni 2009

Hap, zei de politiehond


Een por met een gummistok, een opengesperde bek en ineens hing die politiehond in zijn oksel. De aanval van de diensthond tijdens Koninginnenacht beleefde de twintigjarige Utrechtse student Jonas Hady in een flits. ''Hier ben ik gebeten,'' zegt hij, terwijl hij zijn shirt omhoog tilt. ''En hier op mijn rug. Maar daar kwam ik pas in het ziekenhuis achter.'' Een week en een antibioticakuur later is zijn woede over het incident wat gezakt. Zijn verbijstering niet.
'Waar is de controle op politiehonden?'



Honderden mensen worden jaarlijks door politiehonden gebeten. Voor vuurwapen en pepperspray staat uitvoerig beschreven wanneer en hoe agenten deze mogen gebruiken. Voor de inzet van de 350 politiehonden in Nederland zijn nauwelijks regels.



Want waarom liet de agent de hond op hem los? De opstootjes van die avond op de Neude in Utrecht waren al voorbij. ''Ik zag wel dat er wat politie stond,'' zegt hij. ''En een ME-busje. Maar toen ik daar liep was er niets aan de hand. Ik liep ook direct achteruit toen ik de gummistok voelde. De beet van de politiehond is echt onbegrijpelijk.''

Behalve een verontschuldiging eist hij ook schadevergoeding van de politie. Of hij die zal krijgen, is maar zeer de vraag. Een hondenbegeleider van de politie mag in hoge mate zelf bepalen wanneer hij zijn dier het bevel geeft de tanden in een verdachte te zetten. Want hoewel dier en bijbehorende agent moeten voldoen aan strenge opleidings- en exameneisen, is over de inzet nauwelijks iets op papier gezet.

Dat is Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer een doorn in het oog. In een recent rapport hekelt hij het gebrek aan regels bij de inzet van de 350 'surveillancehonden'. Voor wapenstok, pepperspray en vuurwapen is uitvoerig beschreven waar, in welke situatie en hoe die mogen worden toegepast. Een agent die zijn hond het commando geeft te bijten, moet afgaan op zijn eigen inschatting. In de richtlijn staat alleen in algemene termen omschreven dat er geen geschikt alternatief voorhanden mag zijn (subsidiariteit) en het beest niet mag aanvallen bij lichte vergrijpen (proportionaliteit). Volstrekt onvoldoende, vindt Brenninkmeijer.

Uit een rondgang langs politiekorpsen blijkt dat jaarlijks enkele honderden mensen door een politiehond worden gebeten. Vaak gebeurt dat terecht, soms onterecht. De dieren worden vooral ingezet bij grote evenementen, voetbalrellen, uitgaansgeweld of surveillances in onveilige gebieden. ''Het kan in de commotie gebeuren dat iemand per ongeluk wordt gebeten,'' zegt trainer en rijkskeurmeester van politiehonden Jan Mast. ''Een hond ziet natuurlijk niet altijd precies wie er nu een steen gooide.''

En als een hond hapt, dan is het echt raak. ''Over het algemeen heeft hij voorkeur voor armen en benen, lichaamsdelen die bewegen. Ze laten pas los als het baasje het zegt. Een hondenbeet doet verschrikkelijk zeer, dan loop je geen meter meer. Zeker wanneer de tanden in het beenvlies komen. Doktersbehandeling is altijd noodzakelijk, ook met het oog op infecties.''

Het is een indringend geweldsmiddel, beaamt politiesocioloog Jaap Timmer. Hij pleit al jaren voor richtlijnen. ''Dat is een kwestie van rechtszekerheid. Als er nu een klacht komt, kan de politie alleen afgaan op algemene rechtsprincipes. Het is een blinde vlek. Er is ook geen erkenning dat het aan deze regels ontbreekt.''

Jaarlijks komt bij de ombudsman 'een handvol' klachten binnen van mensen die zeggen dat zij zonder aanleiding zijn aangevallen. Vaak vangen zij bot bij een schadeclaim. Zelfs wanneer een hond bijt zonder dat de agent daartoe opdracht gaf, is de kans op genoegdoening gering, blijkt uit een uitspraak van de rechtbank in Utrecht uit 2007.
Student Jonas Hady houdt stille getuigen omhoog van zijn ontmoeting met een hapgrage politiehond: in zijn dunne zomerjas zitten vlak onder de aanzet van zijn rechtermouw twee gaatjes. Ook zijn trui en T-shirt zijn gehavend. Hij hoopt dat er camerabeelden zijn die hem kunnen vrijpleiten. (SANDRA DONKER en DYLAN DE GRUIJL)

Lees verder......

8 oktober 2008

Liesbeth van Tongeren, pragmaticus met een tikje idealisme

Ja, ze heeft gewoon een auto, en nee, echt niet al haar kleren zijn gemaakt van onbespoten katoen. Natuurlijk is milieubescherming belangrijk, heel erg belangrijk zelfs. Maar om nou in het donker te gaan zitten met alleen een peertje aan omdat anders de wereld vergaat, dat is niet haar ding.
Greenpeacedirecteur Liesbeth van Tongeren (50) is een pragmatisch, praktisch mens.

Vrienden hoeven geen gepreek te verwachten over hun consumptiegedrag omdat ze nu toevallig directeur is van Greenpeace. ,,Mensen moeten al zoveel.'' Thuis staat geen energieslurpende wasdroger, maar ze koopt wel graag kleding die 'hip en sexy' is. In het duurzame segment is daar maar bijzonder weinig van te vinden.
,,Nou, dan houdt het dus op. Ik zeg altijd: maak je keuzes bewust. Wil je iets doen om het milieu te sparen, kies dan voor iets waar je lol in hebt, wat bij je past. Hou je van cosmetica, zoek dan uit wat producten zijn zonder chemische rotzooi. Vind je het leuk om je hele huis te versieren met led-verlichting, ga lekker je gang. Hou je van geld, kijk of je groen kan beleggen.''
Ze is op de kop af vijf jaar directeur van de milieuorganisatie. De zakelijke juriste opereerde lange tijd vooral achter de schermen, maar de laatste weken is zij volop in het nieuws. De symbolische actie van Greenpeace om een gebied in het Duitse deel van de Noordzee met rotsblokken af te schermen voor de visserij, werd door boze vissers betiteld als terreur.
Ook De Telegraaf nam de actie hoog op en eiste haar aftreden. Niet verrassend, vindt Van Tongeren, gezien hun actuele kruistocht tegen alles wat met actievoeren te maken heeft. Persoonlijk raakt de kritiek Van Tongeren niet. Wel is zij boos dat de krant haar woorden verdraait.
,,Hun lezers hebben ook recht op goede informatie over de visstand in de Noordzee. Ze eten graag een visje, en willen dat hun kinderen dat straks ook kunnen. Vissers wÚten dat kabeljauw vroeger 1,50 meter was, die halen ze nooit meer uit de zee. Onder de enorme visserijdruk is die vis bijna bezweken, net als wilde zalm en steur; en de overheid die de visstand op peil moet houden, kijkt al dertien jaar de andere kant op.''
Want gaat het om het grotere belang, dan is Van Tongeren een stuk verbetener. Hard tegen hard, merkte ook minister Gerda Verburg tijdens een confrontatie in het televisieprogramma NOVA. ,,Klimaatverandering komt zo dichtbij, en overbevissing is zo vergevorderd, dat we nu aan zware economische belangen zitten te rammelen. Wij zeggen: schone energieproducenten moeten breed de markt op, en jullie Shell, en jullie E.On, schuif eens een eind op, jullie zijn maatschappelijk onverantwoord bezig.''
Dat de aanpak van Greenpeace soms tegen het zere been is, deert niet. Evenmin dat ze neergezet wordt als een koele kikker. ,,Ik heb er niet zo'n moeite mee als er allerlei lelijke bijvoeglijke naamwoorden voor mijn naam worden geplakt. Ik heb wel beroerdere zaken gehoord. Ik wil het graag zo snel mogelijk over de inhoud hebben.''

***
Toen ze opgroeide, hadden de hippies hun langste tijd gehad, maar ze had er zo een kunnen zijn. Buiten in het gras dansen op muziek, natuurfestivals bezoeken. Samen met vriendinnen die op de boerderij woonden, haalde ze een knol uit de wei om in de bossen van Twente te gaan paardrijden. Welgeteld ÚÚn jeugdhonk was er, en daar ging ze 'gezellig lopen volksdansen'.
Van Tongeren komt niet uit een klassiek 'groen' nest, hoewel 's avonds altijd de gordijnen dichtgingen, de kachel niet te hoog brandde en het licht uitmoest als je wegging. Zuinig met energie was normaal, zeker toen de oliecrisis Nederland in de jaren zeventig in de greep hield.
Bij de familie thuis in Almelo draaide het meer om naastenliefde, behulpzaam zijn voor de medemens, een levenshouding die voortkwam uit hun geloof. ,,Mijn moeder bezocht zieken die in het ziekenhuis geen bezoek kregen, voor de (hervormde) kerk hielp ze vluchtelingen uit Oeganda, en ik deed daar aan mee. Zij had dat ook weer van huis uit meegekregen, mijn opa en opa hadden een weeshuis in Brabant en mijn moeder is samen met die kinderen in het tehuis opgegroeid. Ik ben opgevoed met het idee dat je moet houden van je naasten als van jezelf.''
In de kerkbankjes is ze niet meer te vinden. Wel, en dat deelt ze met haar rivale Gerda Verburg, spreekt de christelijke gedachte van het rentmeesterschap nog steeds tot de verbeelding. ,,Rentmeesterschap betekent dat de aarde aan je is toevertrouwd, maar dat je er tegelijkertijd voor moet zorgen dat de generaties na jou in dezelfde mate in hun behoeften kunnen voorzien. In die gedachte kan ik me helemaal vinden.''
Liever dan aan de christelijke God refereert ze tegenwoordig aan een oude zegswijze van de Aboriginals, opgepikt tijdens haar jaren in AustraliÙ: de wereld is niet van ons, maar wij zijn van de wereld. ,,Dat je daar een onderdeel van de aarde bent, en niet boven de planten en de rest van de dieren staat. Je leest wel eens: is het erg als de walvissen uitsterven. Nou, jij en ik eten er geen boterham minder om, maar ik zou het zo'n failliet vinden van de mensheid als wij niet in staat zijn zo'n diersoort in leven te houden.''
Natuurlijk liep ze mee in de grote ban-de-bomdemonstratie in Amsterdam, op 21 november 1981, en later die in Den Haag. Ze studeerde internationaal recht aan de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam, afstudeerrichting zeerecht, en woonde in een kraakpand. Een vrij en relaxed kraakpand, daar was niks radicaals aan, haast ze zich te zeggen.
Toen ze als twintigjarige een huis in de Indische buurt betrok met een stel andere krakers, werden ze door de buren onthaald op soep en dekens. ,,Die waren blij dat het weer bewoond werd, schoongemaakt en verwarmd, en dat de duiven er niet langer inzaten. We hadden afgesproken dat we zouden vertrekken als er nieuwbouwplannen waren, en dat hebben we ook gedaan.''
Met politiek hield ze zich niet bezig. Van Tongeren was druk met haar studie, met het runnen van een buurtcafeetje waar mensen uit de kraakpanden kwamen, maar ook gewone huurders van even verderop en 'tante Sjaan'. ,,Nu zou je dat sociale integratie noemen, maar toen kenden we dat woord nog niet.''
Er werd eens wat gedemonstreerd tegen 'geparkeerde auto's en zo', en Van Tongeren deed vrijwilligerswerk voor een wegloophuis voor meisjes en de stichting Tegen haar Wil, waar (oud-minister) Hedy d'Ancona de scepter zwaaide. Op kleinschalig niveau viel heel wat bedrijvigheid te bespeuren: huisgenoten richtten een fabriekje op in biologische muesli, kleding werd met de hand genaaid, haren collectief geknipt.

***
Leerzaam was het zeker, zegt ze, die woelige jaren in Amsterdam. ,,Wat mij heel duidelijk werd, is dat het moeilijk is om `t te redden als er geen regels zijn. Dat had je in zo'n woongroep ook, iedereen wilde fijn samenwonen, en dan had je toch iemand die om twee uur 's nachts ging oefenen op zijn bas. Of er waren lui die geen geld hadden voor water en elektra. Moest de rest daar dan voor dokken? Dus alle maatschappelijke problemen kwam je daar in minivorm tegen.''
De romantiek verdween begin jaren tachtig, met de verharding van het kraakklimaat en de dreiging van De Bom. ,,Ik zag vrienden om ons heen met de dag depressiever worden. Er was geen werk, helemaal niets, je kon alleen als vrijwilliger wat meedoen. Ik herinner me dat ik op een dag over straat liep, en bij kantoren naar binnen keek en dacht: daar kom ik dus niet tussen.''
,,Mijn toenmalige vriend stelde voor om zes maanden naar AustraliÙ te gaan. Weg uit de kou en de nattigheid, de depressieve sfeer, de dreiging van kernbommen. We leefden enorm op. Het was nooit de bedoeling om te emigreren, maar uiteindelijk ben ik zes jaar gebleven.''
Net als in haar studententijd kon ze er vooral uit de voeten met praktische zaken. Voor Cambodjaanse vluchtelingen startte ze een kookproject. ,,Dat ging vrij basic. Ik vroeg: wie kan er koken?, huurde twee garages en we gingen lunches maken voor businesslui. Na zes maanden was het zo'n succes, dat we een echt restaurantje konden beginnen. Dezelfde truc hebben we uitgehaald met mensen die auto's konden repareren.''
Het tekent haar pragmatisme. ,,Mijn credo is: laten we wat gaan doen. Theoretisch filosoferen vind ik ongelooflijk leuk boven een dineetje. Daarna graag aan de slag. Daarom pas ik ook bij Greenpeace. We gaan niet eindeloos rapporten schrijven, we gaan wat ondernemen, klimmen in een schoorsteen, stappen in een boot. Desnoods zetten we zelf een windmolen neer.''
Ze belandde er gewoon via een personeelsadvertentie in de krant, nadat ze een aantal jaren directeur was geweest bij de Sociale Dienst in Purmerend. ,,Ik dacht: sympathieke club, laat ik het eens proberen. Ik was tot het inzicht gekomen dat ik wil behoren tot de groep mensen op aarde die niet bij de pakken gaat neerzitten als er problemen zijn, maar er iets aan doet. Je kunt van alles najagen, je kan de mooiste, de rijkste, de bekendste, de slankste worden, maar naar mijn idee word je daar niet gelukkig van.''

***
Haar mooiste Greenpeace-moment? Het was ergens in 2005, op actieschip de Esperanza. Van Tongeren voer mee met een groepje zeebiologen naar de Azoren waar onderzoek werd gedaan naar de blauwe vinvis, het grootste zoogdier op aarde.
Een zeldzame beest, met uitsterven bedreigd, en vrijwel nooit te zien boven het wateroppervlak. Blijkbaar had ze een goed walviskarma, zeiden de aanwezigen aan boord, want plots zwom er een minutenlang langzij. ,,Er waren heel wat stoere mannen aan boord, maar iedereen stond met tranen in zijn ogen.''
,,Als ik hier op kantoor weer eens bezig ben met stukken van de begroting, vergaderingen voorbereid of formulieren moet invullen voor de arbodienst, denk ik er wel aan terug. Dan weet je weer: hier is het allemaal om te doen.''


PASPOORT:
Liesbeth van Tongeren
Directeur Greenpeace sinds 2003
Geboren in Vlaardingen op 31 maart 1958, woont nu in Amsterdam
Heeft samen met partner Martin, producent bij Toneelgroep Amsterdam, een zoon
Studeerde internationaal recht aan de Vrije Universiteit en Universiteit van Amsterdam
Werkte bij een vrouwenopvang, was projectmanager bij de gemeente Amsterdam en was van 2001 tot 2003 directeur van de Sociale Dienst in Purmerend.



Lees verder......

3 september 2008

Michiel wil het mooiste beest van het bos redden

Michiel Hötte zegde zijn baan als bedrijfseconoom op om zich geheel te kunnen wijden aan zijn passie: het redden van de met uitsterven bedreigde Amoerpanter. Wereldwijd leven nog slechts dertig exemplaren in het wild.

<
ARNHEM - Jarenlang was het een pijnlijke vraag: héb je er een gezien? Nee, hij had er nog nooit een in het wild gezien, hoewel hij zich al jaren inspande voor de behoud van het uiterst zeldzame beest.
Tot vorig jaar. Plots dook, in de avondschemering in een afgelegen hoek in Siberië, vlak voor zijn jeep een Amoerpanter op. In drie grote passen sprong het sierlijke dier de weg over, het bos weer in, de opvallende pluim aan zijn staart achter zich aangewapperd. Hötte keek ademloos toe. ,,Het was dat ik met twee andere personen in de auto zat, anders had niemand me geloofd'', zegt hij. ,,Maar nu kan ik uit eigen ervaring zeggen: hij bestaat nog.''
Ruim tien jaar lang is Michiel Hötte (42) bezig met zijn missie: het beschermen van de meest met uitsterven bedreigde kattensoort op aarde. Alleen in het uiterste zuidoostelijke puntje van Rusland, tegen de grens met Noord-Korea en China, leven nog zo'n dertig exemplaren. Samen met 12 internationale natuurbeschermingsorganisaties (de Amur Leopard and Tiger Alliance, ALTA) probeert hij het leefgebied van het dier, ongeveer anderhalf maal de provincie Utrecht, te beschermen tegen stropers, bosbranden en oprukkende bebouwing. Hij is even in Nederland om een prijs in ontvangst te nemen voor zijn verdiensten.
Een beetje merkwaardige carriére heeft hij wel. Je zou verwachten met een serieuze bioloog van doen te hebben, maar Hötte 'deed iets in de bedrijfseconomie'. Katten, reuze katten, wilde beesten, roofdieren, roofvogels, beesten met klauwen, scherpe tanden, arendsogen waren zijn hobby, waarvoor hij de rugzak omdeed en naar India, Zuid-Amerika en Rusland reisde. De jungle in, de savanne op, de pampa, tent opzetten, en wachten maar tot er een bijzonder exemplaar verscheen.
Het keerpunt kwam in 1994, toen Hötte met de Transsiberiëexpres de Siberische wildernis doorkruisde. Bij de voorbereiding voor die reis las hij iets over een exotisch roofdier waar hij nog nooit van had gehoord, de amoerpanter, ook wel het Siberische luipaard. ,,Ik heb een verzoek ingediend om mee te gaan met een expeditie met lokale Russische biologen die luipaarden en tijgers zenders ombonden voor onderzoek. Het waren twee prachtige weken. Bij het afscheidsetentje vertelden zij mij dat niemand in Europa betrokken was bij het beschermingsprogramma. Toen zei ik, overmoedig door enige wodka: dat ga ik regelen.''
De werkelijkheid bleek weerbarstig: ,,Ik was er welgeteld één keer geweest, en had het beest toen nog niet gezien. Niet zo'n sterk verhaal om te lobbyen, toch? Dan is het moeilijk mensen te interesseren.'' De oprichting van een stichting, Tigris, met officiele kaartjes en briefpapier, hielp een beetje. ,,Op dit moment sprokkel ik jaarlijks hooguit 40.000 euro bij elkaar. Gelukkig zit er beweging in, en steunen verschillende dierentuinen en het Wereld Natuurfonds ons.''
Inmiddels heeft hij een kantoortje in Wladiwostok, met een laptop en een telefoon. Hij is manusje-van-alles, zegt hij bescheiden. Feitelijk coördineert hij de projecten van ALTA. Op dit moment is hij bezig te onderzoeken hoe de anti-stropersteams in het gebied het meest effectief kunnen opereren. Die zijn belangrijk, omdat illegale jagers het beest binnen mum van tijd zouden kunnen uitroeien.
Een paar dagen is hij over in Nederland, om de in Burgers Zoo de Golden Ark Award in ontvangst te nemen, een aanmoedigingsprijs voor jonge natuurbeschermers. Sinds hij is geland, staat de telefoon roodgloeiend, zegt hij met verbazing in zijn stem. EenVandaag aan de lijn, de Telegraaf, de Gelderlander, Vroege Vogels, en Pauw en Witteman willen de natuurbeschermer in hun programma hebben. ,,Nederlander met maffe hobby scoort blijkbaar goed'', zegt hij met zelfspot. ,,Brave bureautijger wordt avonturier.'' In Burgers' Zoo laat hij zich geduldig voor de krant fotograferen voor het luipaardenverblijf - bij gebrek aan een amoerpanter. De dieren klauwen lusteloos in het toegeworpen hertedijbeen.
Maar nog even over de tijger, zegt hij, want dit interview is ook bedoeld om aandacht te vragen voor hún zaak. Over twee jaar wil ALTA de eerste in dierentuinen gefokte beesten, uitzetten in de gebieden waar ze oorspronkelijk voorkwamen. ,,We nemen daarvoor een paartje dat al eerder in gevangenschap jongen heeft gekregen'', zegt Hötte. ,,De bedoeling is dat zij naar Siberië worden overgebracht en daar in een omheind gebied opnieuw een nest krijgen. Deze pantertjes worden afgeschermd van mensen, moeten in het wild opgroeien, en zich dan voortplanten. We hebben goede hoop dat het gaat lukken.''
Of zijn opoffering ook op langere termijn effect heeft, met alle gevaren die het leefgebied van het dier bedreigen, durft Hötte niet te zeggen. ,,Het is roeien tegen de stroom in. Het zou geen ecologische ramp zijn als de Amoerpanter uitsterft. Daar slaapt bijna niemand een nachtje minder om, vermoed ik. Misschien kan het sommige mensen niets schelen. Maar voor mij is het heel belangrijk dat het dier blijft voortbestaan. Anders verdwijnt voor mij tegelijkertijd de magie van het bos.''

(Sandra Donker, GPD)

Lees verder......

1 augustus 2008

De zwijnen hebben geluk, vanavond

Het jachtseizoen op wilde zwijnen is weer geopend. Tussen nu en januari moeten op de Veluwe 5200 varkens eraan geloven, omdat hun populatie te hard groeit. Jachtopziener Ap van Ark van het Geldersch Landschap doet het kalm aan: ,,Een beest doden, dat is geen kunst. Je moet het zorgvuldig doen.''

(Door Sandra Donker)

LOENEN _ ,,Kijk, een overlopertje''. Sorry? ,,Een overloper, een zwijntje van een jaar oud.'' Faunabeheerder Ap van Ark heeft slechts een luttele seconde nodig om het dier dat voor de terreinwagen het bospad over schiet te identificeren. Mannelijk geslacht, vorig jaar geboren, in goeie conditie, is zijn deskundige oordeel.
We zijn op pad in Loenermark, een natuurgebied van de organisatie Geldersch Landschap, even onder Apeldoorn. In de kleine laadruimte hebben we plaatsgenomen naast wat bakken mais, een buks met korte loop, een verrekijker, touwen, een jagersmes en nog zo wat onontbeerlijk gereedschap van een jachtopzichter. Het is een druilerige avond, en tegen zonsondergang. Zoals iedere dag maakt Van Ark zijn ronde in het 1100 hectare grote park. 'Het veld beheren', noemt hij dat in vaktaal, kijken of er 'rare dingen' gebeuren, en vooral wild observeren.
Het wild, dat is rood wild, zwart wild en reewild. Van Ark blikt in zijn achteruitkijkspiegel. Zegt ons dat niets? Rood wild zijn herten en hindes, met zwart wild duidt men de zwijnen aan en reewild staat natuurlijk voor de reeÙn, de sierlijksten van het stel.
Vanavond is ons vizier gericht op zwart wild. Sinds juli is de jacht op wilde zwijnen weer geopend. De Veluwe wordt overspoeld door deze varkens die behalve de mens geen natuurlijke vijanden hebben. Minstens zesduizend zijn het er nu, hoewel sommige onderzoekers het dubbele aantal aanhouden. Voor dierenvrienden een lust voor het oog, voor omwonenden, automobilisten, natuurbeheerders en boeren een plaag. Om die reden moeten er de komende maanden 5200 afgeschoten worden, tot afschuw van veel natuurliefhebbers.
Wat moet, moet, vindt Van Ark. Maar: altijd met het oog op goed beheer. Aanspreken, noemt hij dat. Observeren of een dier gezond is en sterk. ,,Dus niet aanleggen en maar wat raak schieten. Is een beest goed aan te spreken en geschikt voor de toekomst, dan schiet ik 'em niet.''
De fotograaf en ik kruipen in het 'grondzitje', een beschutte half ingegraven uitkijkpost met uitzicht over een idyllisch veldje. Van Ark heeft zojuist op een meter of vijftig afstand mais uitgestrooid. Nu is het wachten geblazen. Uren brengt hij zo door, in stilte, wachtend op gerucht, een sigaretje rokend, peinzen over de dingen des levens.
Deze avond is dat niet nodig. Binnen de korste keren schuifelt vanuit de bosrand een zwijn in het blikveld, nog één, en nog één. Vijf zwijnen en tien biggen, een complete roedel, doen zich te goed aan het voer. Van Ark pakt de kijker. ,,Dezen neem ik niet'', fluistert hij na enige tijd. ,,De jongen zijn nog te klein, de drie moeders zogen nog. De twee overlopers zijn in goede conditie, die laat ik voorlopig gaan.''
Een beest doden, dat is geen kunst. Je kijkt door je vizier, en pom, daar ligt-ie. In onvervalst Gelders licht Van Ark zijn belissing toe: ,,Het is niets om de vinger te krommen. Het is het belangrijkste om de vinger recht te kunnen houden.''
Toch zal hij dit jaar aan de bak moeten. In Loenermark moeten tot 1 januari 58 van de circa 150 zwijnen gedood worden, waarvan het merendeel al voor 1 september afgeschoten moet zijn. Van Arks collega's nemen er vanavond twee voor hun rekening. Tegen negenen klinkt in de verte een schot, en later nog één. Ter plaatse worden de beesten schoongemaakt. Van Ark doet het denkbeeldig voor: vanaf de hals rits je naar het schaambeen beneden, dan met de hand naar binnen om via het middenrif de ingewanden eruit te halen. Hart, longen, lever, nieren en milt blijven in het bos achter voor roofdieren.
Anders dan bij Natuurmonumenten, die de kadavers in z'n geheel laat liggen, is het vlees voor de poelier. Het Geldersch Landschap vindt dat er ook 'geoogst' mag worden uit hun landgoederen, zoals ze dat noemen, en bovendien acht de organsiatie de kans op infecties te groot als de karkassen blijven liggen. In de werkschuur van het Geldersch Landschap hangen de geschoten beesten aan het eind van de avond aan grote vleeshaken in een koelcel. . ,,Restauranthouders staan ervoor in de rij'', zegt Van Ark. ,,Ondanks alle commotie over de afschot was de vraag vorig jaar groter dan het aanbod.''
'Opmerkingen' over de jacht krijgt hij wel eens, ja, vooral van mensen uit 'het westen'. De faunabeheerder kiest zijn woorden zorgvuldig als hij spreekt over tegenstanders. ,,Die horen vaak maar één kant van de zaak. Als ik dan een avond met ze gesproken heb, zijn ze blij dat ze ook het andere verhaal horen.'' Niet dat ze het dan met hem eens zijn, 'maar dan heb je alle argumenten op een rijtje'.
Aan het einde van de avond laat hij zich ontvallen dat actievoerders ook wel eens minder vriendelijk te werk gaan. Uitkijktorens worden vernield, omver gegooid. Vorig jaar probeerden twee onbekend gebleven activisten een toren in de brand te steken, terwijl de jachtopziener nog bovenin zat. Dat hoeft niet in de krant, zegt hij erbij. ,,Hoe minder aandacht die lui krijgen, hoe liever het mij is.''
Tot een vergelijk met deze dierenvrienden zal het nooit komen, bromt hij in het kantoortje. Liever afschieten dan beesten laten creperen, is zijn devies. ,,Dit wordt een jaar met weinig beukenootjes en eikels, dat is te zien aan de bomen. Nou vraag ik jou: moeten al die beesten straks verhongeren? Dat noem ik niet diervriendelijk, dan liever maar zo.''

Lees verder......

2 juli 2008

Vrouwen moeten werken en baren

Het rood-christelijke kabinet vraagt het onmogelijke van vrouwen. CarriÞre maken, liefst fulltime werken, meer kinderen baren en lang borstvoeding geven. De superdames die dat allemaal kunnen opbrengen, zijn dun gezaaid. ,,Het is Ún Ún Ún Ún, zonder dat de randvoorwaarden worden geschapen die dat allemaal mogelijk moeten maken.''

Anja Kooij is voor dit kabinet bÝjna de ideale vrouw. De 31-jarige aankomend officier van justitie uit Arnhem is wekelijks zo'n vijftig uur in touw, werkt geregeld 's avonds en in het weekeinde. Ook heeft ze een zoontje van anderhalf waar opa en oma ÚÚn dag in de week geheel gratis voor zorgen.
Krijgt ze er nog een stuk of twee kinderen bij, en geeft ze hen zes maanden lang borstvoeding _ waarvan drie maanden tussen haar drukke werkzaamheden bij het Openbaar Ministerie door _ dan komt ze aardig in de buurt van de moeder zoals het kabinet-Balkenende IV haar bij voorkeur ziet: voltijds werkend, kinderrijk, economische onafhankelijk en dat het liefst allemaal tegelijk.
Hoe realistisch is dat eigenlijk?
,,Zoals het nu is, gaat het goed'', zegt Anja Kooij. ,,Ik heb een fijne partner die makkelijk kan bijspringen dankzij zijn baan in het onderwijs. Een tweede kindje erbij zie ik niet zomaar gebeuren, laat staan een derde. Je wilt tenslotte ook nog tijd en energie voor jezelf overhouden.''
Bovendien, voor Kooij niet minder belangrijk, verlaagde datzelfde kabinet de vergoeding voor kinderopvang aanzienlijk. ,,Het klinkt misschien zakelijk, maar dat weegt behoorlijk zwaar mee in de overweging. Een kind erbij gaat een hoop extra kosten.''
Vrouwen, zo redeneert het kabinet, hebben de sleutel in handen om de aanstaande vergrijzing het hoofd te bieden en de sociale zekerheid betaalbaar te houden. Wat vice-premier AndrÚ Rouvoet (ChristenUnie) betreft, moet het aantal kinderen iets omhoog, van gemiddeld 1,7 per vrouw naar gemiddeld 2,1. Tegelijkertijd moeten vrouwen meer tijd in betaalde arbeid steken, vindt het kabinet. Gemiddeld werken vrouwen nu 25 uur per week, mannen 37.
En passant zadelden minister Ab Klink (Volksgezondheid) en Ronald Plasterk (Onderwijs) de vrouwelijke helft van de bevolking op met nog wat extra taken. Zo moeten ze baby's zes maanden borstvoeding geven, want dat is goed voor de gezondheid van het kind. Als ze daarmee klaar zijn, moeten ze doorstomen naar topfuncties, want daar zien we ze tot nog toe zelden.
Het kabinet vraagt het onmogelijke van vrouwen, zegt Joan Ferrier van E-Quality, het kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit. Globaal zijn er drie mogelijkheden, legt ze uit. Een overheid kan kiezen voor een hoog geboortecijfer en een lage arbeidsparticipatie van vrouwen, zoals in RoemeniÙ. Dat is goedkoop, want moeders blijven thuis en voeden hun kinderen zelf op. Of je hebt weinig geboorten en veel vrouwen aan het werk: zie Spanje.
De derde variant is een hoog geboortecijfer Ún een hoge arbeidsparticipatie, wat Nederland wil. ,,In dat geval moet je als overheid wel investeren in voorzieningen als goedkope kinderopvang, buitenschoolse opvang en een goede verdeling van de taken tussen ouders. Maar juist op die punten haakt dit kabinet af. Het is wel het ÚÚn en niet het ander. Dat gaat niet lukken.''
Vooral de recente beslissing om de eigen bijdrage voor kinderopvang te verhogen, werkt destructief, meent Ferrier. ,,Goede en betaalbare kinderopvang is de basis van een goed arbeids- en zorgbeleid. Misschien vallen de maatregelen in de praktijk mee, maar het leidt tot grote verwarring. Mensen hebben continu´teit nodig. Die denken: moet ik alweer meer betalen? Vaak zijn het juist de vrouwen die dan weer afhaken.''

* * *

Er wordt zoveel lukraak geroepen over dit thema, beaamt Annemie Schuitemaker van Career & Kids, een adviesbureau waar vrouwen terecht kunnen die 'met zo weinig mogelijk stress werk en gezin willen combineren'. De Leerdamse zelf voldoet aan het droombeeld van Balkenende IV, en zat daarom in diverse denktanks. Drie kinderen zette ze op de wereld, en in de tussentijd groeide haar bureau tot 55 medewerkers.
,,Al die ministers kletsen maar wat vanuit hun eigen zuil. Rouvoet heeft het over het gezin, Van der Hoeven kijkt naar de economie en Klink naar de gezondheid. Dat werkt niet.'' Vrouwen moeten gewoon hun eigen keuze maken, vindt zij.
,,Er valt niks te moeten. Dat hou ik mijn cliÙntes ook altijd voor. Ga goed na wat je zelf wilt. Minder werken? Of juist meer? Een kind erbij? Wat is financieel haalbaar? Maak goede afspraken met je partner en zoek vooral werk dat leuk is. Veel vrouwen hebben de neiging om 'dan maar' een simpel baantje te nemen, maar van werken onder je niveau word je vaak juist heel ongelukkig.''
Dat veel van moeders gevraagd wordt, staat voor Annemie Schuitemaker buiten kijf, en wordt ook ondersteund door onderzoek. Ook arbeidspsychologe Louise Boelens concludeert dat vooral hoogopgeleide vrouwen grote druk vanuit de maatschappij ervaren. Ze willen het allemaal goed doen, thuis en op het werk, en lijden daar onder. Mannen zien het meer als een spel.
,,Moeders denderen thuis maar door als ze het druk hebben op hun werk,'' zegt Boelens. ,,Vaders pakken gewoon de krant.'' Een waterdichte verklaring voor dat gedrag heeft ze niet, maar ze vermoedt dat het komt doordat de huidige generatie opgroeide met het idee dat moeders niet behoren te werken. ,,De huidige vrouw krijgt een dubbele boodschap: ze is geen goede moeder als ze werkt, maar ook geen goede werkkracht als ze in deeltijd werkt. Dat zorgt voor spanning.''
Terwijl werken juist goed is voor de mens, menen Boelens en Schuitemaker. Zowel mannen als vrouwen zijn gelukkiger als ze een baan hebben: gezonder, optimistischer, vrolijker. ,,Als we maar af zijn van dat eeuwige gestress en gevlieg'', zegt Schuitemaker.
In haar eigen bedrijf heeft ze de oplossing gevonden in flexibele arbeidstijden. Ze heeft 55 (deeltijd-)coaches in dienst, maar slechts ÚÚnmaal per maand komen die bij elkaar om te vergaderen. De rest van de tijd zijn de werknemers vrij om hun tijd in te delen zoals ze willen. Stellig: ,,Het is lariekoek te denken dat dat niet bij veel meer bedrijven zou kunnen. Ik hoor ze altijd zeggen: dat kan bij ons Úcht niet, maar het is gewoon onwil.''

KANSEN
Aan die onwil gaat Pia Dijkstra een einde maken, hoewel de presentatrice het zelf genuanceerder uitdrukt. Als voorzitter van de Taskforce DeeltijdPlus, in het leven geroepen door kabinet, vakbonden en werkgevers, zal zij 'aantonen dat de combinatie van arbeid en zorg kansen biedt'. Je zult haar overigens niet horen zeggen dat vrouwen meer m¾eten werken, bezweert ze. Het gaat om een vrijwillige keuze.
Want: ,,Ik ben het er helemaal mee eens dat er veel druk op vrouwen ligt. Als je nagaat waar we allemaal aan moeten voldoen _ dat begint al voordat je een kind ter wereld brengt met alle adviezen om gezond te leven. Lang borstvoeding geven, een goede moeder zijn, zorgen dat je kind niet aan de drugs raakt, en dan ook nog werken.''
Wel wil ze vrouwen bewuster maken van de gevolgen die een tijdelijk stapje terug heeft voor de carriÞre. Het moet vanzelfsprekender worden dat moeders meer willen werken als de kinderen groter zijn. ,,De belemmeringen moeten worden weggenomen'', zegt Dijkstra.
,,De omstandigheden waaronder het kan, zoals goede kinderopvang, moeten sowieso kloppen. Daarom ben ik ook niet erg gelukkig met de beslissing om opvang duurder te maken - en dan druk ik mij voorzichtig uit. Mocht blijken dat het negatief uitpakt, dan kaarten we dat zeker aan bij het kabinet.''
Daarnaast moeten schooluren beter aansluiten op werktijden. ,,Dat kan bijvoorbeeld met een brede school, waar kinderen ook na schooltijd terecht kunnen. Verder wordt nu gesproken over banen met schooltijdcontracten, die van 9 uur 's morgens tot 3 uur 's middags lopen. Daar kan ook veel mee gewonnen zijn.''
Veel vrouwen willen wel langer werken, maar dat gebeurt niet. Nog geen 10 procent van de moeders met een kind onder de vijftien werkt 35 uur of meer, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Komt er een baby bij, dan daalt dat percentage naar nog geen zeven. Bij het derde kind blijft slechts een marginaal aantal moeders voltijds werken.
Deels ligt dat aan de werkgevers, die niet de flexibiliteit kunnen geven die ouders vragen, maar ook aan de vrouwen. ,,Als ze er een tijd uit zijn geweest, laten ze het er vaak maar bij.''
Een kwestie van eerlijke verdeling thuis is het ook. ,,Je hoort vaak: het leven wordt ingewikkeld met kinderen erbij. Dat is een feit, maar het zou ook ingewikkelder moeten worden voor mannen. Die hebben er in de praktijk toch een stuk minder last van.''

* * *

ViviÙnne Westerhoud heeft het al aardig voor elkaar. Hard werken en kinderen opvoeden kßn best samengaan, is haar ervaring, maar je moet het wel goed organiseren. Zelf is de van oorsprong landbouwkundig ingenieur nu zo'n 40, 45 uur per week aan de slag, maar niet op de reguliere tijden. Na drie uur is het tijd voor haar dochters, nu zes en acht, om ze uit school te halen, thee te drinken, te spelen en samen te eten. Als ze in bed liggen, gaat de computer nog even aan.
,,Toen de meisjes klein waren, heb ik drie jaar lang thuisgezeten. Daarna wilde ik graag weer aan de slag, maar wel op mijn voorwaarden. Ik merkte uit gesprekken met vriendinnen dat niemand echt tevreden was. De vrouwen die thuiszaten voelden zich nutteloos, de vriendinnen die fulltime werkten, waren gestrest en de vrouwen die parttime werkten waren ook niet echt blij, want die waren de hele dag van de ene afspraak naar de andere aan het rennen.''
Ze begon vanuit haar huis in Leusden als zzp'er, zelfstandige zonder personeel. Ze zette een website op (Mama's) zodat ze haar eigen tijd kon indelen. Daarna begon ze met 9tot3.nl, een vacaturebank voor banen tijdens schooluren. ,,Nu heten dat moedercontracten, maar ik ben er al twee jaar mee bezig.''
,,Wie heeft dat nu bedacht dat we per se van 9 tot 5 moeten werken? Dat is toch onzin? De productiviteit wordt daar niet aan afgemeten. Ik heb enorm gelobbyd in Den Haag, bij vakbonden en bedrijven. Nu begint het een beetje te lopen.''
Haar eigen ervaring is van toepassing op meer vrouwen: ze willen best meer werken, maar niet tot elke prijs. Uit onderzoek van de Raad voor Werk en Inkomen blijkt dat een half miljoen mensen vrijwillig werkloos is. Tweederde daarvan is vrouw, 80 procent hoogopgeleid.
,,Pas als je het echt aantrekkelijk maakt, kun je vrouwen over de streep trekken. Die vinden het niet erg om een keertje minder op vakantie te gaan als ze dan hun kinderen vaker zien. Die groep stimuleer je echt niet door te roepen dat het om het economisch belang gaat, om de vergrijzing tegen te gaan. Die denken: wat kan mij dat nou schelen?''


(Sandra Donker, GPD)

Lees verder......

25 juni 2008

Ella Vogelaar, de nieuwe Ien Dales

Haar tegenstanders hebben haar uitgelachen en afgeschreven. Ella Vogelaar is niet van plan om het bijltje erbij neer te gooien. Heeft de omstreden PvdA-minister van Wonen, Wijken en Integratie een plank voor haar hoofd, of juist een helder doel voor ogen? ,,Ik doe mijn eigen ding."

Zomaar drie incidenten uit de moderne multiculturele maatschappij: EÚn: de gemeente Huizen haalt een schilderij weg waarop blote vrouwen staan afgebeeld na klachten van moslims. Twee: bouwvakkers in Almere krijgen te horen dat zij geen korte broek mogen dragen omdat dat aanstootgevend zou zijn. Drie: de KLM biedt een mannelijke passagier een andere stoel aan, omdat een moslima niet naast hem wil zitten.

- Zegt u het maar, mevrouw Vogelaar.
,,Ik verbaas mij ook over deze reacties. Een klacht mag niet betekenen dat zo'n schilderij weggehaald wordt, of een korte broek niet kan. Laten we teruggaan naar het begin. Waarschijnlijk zijn er ergens moslims geweest die zich geÙrgerd hebben aan de kleding van bouwvakkers, of aan naakte vrouwen aan de muur.''
,,Dan denk ik: dat moeten bouwvakkers zelf weten. Wat die moslims betreft, het hoort ¾¾k bij de vrijheid van meningsuiting dat ze zeggen dat zij zich ergeren. So what. Dat moet er niet meteen toe leiden dat er nu een of ander verbod komt.''

- Veel mensen maken zich zorgen dat hun verworvenheden worden afgepakt, onder druk van de islam. Vervolgens wijzen ze naar u, omdat u daar niet hard genoeg tegenin zou gaan.
,,Doe vooral niet te schrikkerig, zou ik tegen de gemeente of de KLM willen zeggen. HÚb het er gewoon over met elkaar! WÝj vinden dit normaal in Nederland, en doen we dat dus ook. Dat is wat mij betreft niet te veranderen en ter discussie te stellen.''
,,Dat is het gesprek dat we met moslims aan moeten gaan. Niet denken: we moeten dit maar loslaten omdat het bepaalde groeperingen onwelgevallig is. Daar moeten we helder en standvastig in zijn.''

Ella Vogelaar, PvdA-minister van wonen, wijken en integratie, slaat demonstratief de armen over elkaar. Kom bij haar niet aan met praatjes dat zij, anders dan haar voorgangster, de 'robuuste' Rita Verdonk, de Nederlandse cultuur te grabbel gooit. Dat Marokkaanse rotjochies bij haar hun gang kunnen gaan. Alleen: wat Vogelaar betreft zitten er twee kanten aan de zaak, en dat maakt de boodschap een stuk moeilijker te verkopen.
,,Je zult van mij niet horen dat het integratievraagstuk in oneliners op te lossen is. Kijk, er zijn twee werkelijkheden. Enerzijds zijn er problemen die een relatie hebben met integratie. Genoeg problemen zelfs. Daar treed je hard tegenop.''
,,Aan de andere kant kun je ook laten zien dat de multiculturele samenleving niet alleen maar ellende is. Dat er ook perspectief is. Dat de tweede en derde generatie sprongen vooruitgaat bij het inhalen van onderwijsachterstanden, bijvoorbeeld. Ik pas ervoor om mensen alleen maar voortdurend neer te zetten als: het kan met jullie nooit iets worden.''

GEENSTIJL
Vogelaar heeft het zwaar. Het afgelopen jaar kwam de voormalige vakbondsvrouw zowel in het parlement als ver daarbuiten stevig onder vuur te liggen. Ongelukkige optredens in de media, met als dieptepunt een gÛnante vertoning op GeenStijl.
Getamboereer van rechts: Trots op Nederland, de Partij voor de Vrijheid en de VVD hekelden haar 'cultuurrelativerende' houding, een motie van wantrouwen van Geert Wilders na haar opmerking in dagblad Trouw dat Nederland over een paar eeuwen een land zou kunnen zijn met een 'joods-christelijk-islamitische traditie', kritiek op de 'kaftan' die ze droeg tijdens Prinsjesdag. Het houdt maar niet op.
De veelvuldige politieke beschietingen zijn de bewindsvrouw niet aan te zien. In haar werkkamer op het ministerie van VROM maakt ze een montere indruk. Stug vooruitkijken, is het devies. Er is nog een hoop te doen.

- U bent sinds uw entree in de politiek hard aangepakt. Heeft dat u verbaasd?
Ze denkt na. Dan, voorzichtig: ,,Vooral de hyperigheid heeft me verrast. Het heel snel van incident naar incident gaan. Op zich is dat een bekend gegeven, maar als je er zelf onderdeel van bent, realiseer je je ten volle hoe dat werkt. Hoe dat is.''

- In uw vorige functies, bij de vakbond en in het bedrijfsleven, gaan mensen over het algemeen anders met elkaar om. In Den Haag wordt erg op de man of vrouw gespeeld.
,,Neuh, dat heb ik niet zo ervaren, dat weet je wel, dat dat in de politiek kan gebeuren. Daar heb ik me niet door overvallen gevoeld of heel erg over verbaasd. Je moet tegen een stootje kunnen.''
Ze zwijgt en kijkt met een blik alsof ze tegen een stootje kan.

- Hoe kijkt u terug op de afgelopen anderhalf jaar?
,,Als je kijkt naar mijn twee hoofdonderwerpen, inburgering en de aanpak van achterstandswijken, vind ik dat ik niet ontevreden mag zijn. Er is bij de krachtwijken ontzettend veel gehannes geweest over de financiering. Ik ben wel de eerste minister geweest die tot stand heeft gebracht wat iedereen vond dat er moest gebeuren. Namelijk dat de woningcorporaties extra moeten investeren om oude wijken er boven op te krijgen.''
,,Bij de taalcursussen voor allochtonen ben ik met invoeringsproblemen geconfronteerd, en ik doe alles wat er in mijn vermogen ligt om die te tackelen. De wet is aangepast en ik ben bezig de mensen te motiveren om de lessen ook te gaan volgen. Ik vind dat ik zeer voortvarend aan de slag ben gegaan.''

- In de politiek is niet alleen het daadwerkelijke beleid belangrijk, maar vooral ook de beeldvorming. Bent u niet bang dat u vooral op het laatste afgerekend wordt?
,,Dat zal moeten blijken, maar beoordeel mij op mijn daden. Als je tegenslagen of lastige dilemma's tegenkomt, moet je die oplossen, dßßr moet je me op beoordelen. De burgers in die wijken en de mensen die moeten inburgeren zien dat wat ik doe effect heeft. Dat gaat zich echt uitbetalen, daarvan ben ik overtuigd.''

POLARISATIE
Niet alleen rechtse partijen schoten de afgelopen maanden met scherp op Vogelaar, ook binnen haar eigen PvdA klonk veel gemor, vooral ßchter de schermen. Vogelaar zou de partij stemmen kosten. Filmmaker en PvdA-lid Eddy Terstall beklaagde zich wel hardop over 'de zielige moslim-reflex' waar zijn partij zich schuldig aan zou maken.
Onlangs vatte Wouter Bos de koe bij de hoorns. Op een partijcongres riep hij het thema integratie uit tot 'dÚ nieuwe sociale kwestie van de komende decennia'. Een 'scherp, polariserend' debat wil de partijleider. Er moeten dingen gezegd worden die niet mogen, riep hij. En: ,,Mensen zullen ons misschien verlaten. Dat moet dan maar.''

- Dat klinkt een stuk agressiever dan we van u gewend zijn.
Vogelaar trekt een wenkbrauw op. ,,Dat ervaar ik zelf helemaal niet zo. Kijk naar mijn integratienota, daar kies ik ook heel duidelijk voor die benadering. We gaan uit van hetzelfde standpunt, namelijk dat we in de tachtiger, negentiger jaren onderschat hebben wat de instroom van een grote groep immigranten voor effect zou hebben.''
,,We dachten toen: ze zijn hier tijdelijk, dit komt wel goed. We hebben te laat onderkend dat dit een groot probleem zou worden. Bos zegt ook dat we een diverse samenleving zijn, wat betekent dat we moeten accepteren dat er moskeeÙn gebouwd worden in dit land, dat er moslims wonen in dit land.''
,,Erkennen dat het nu eenmaal zo is, dat vind ik ontzettend belangrijk. We moeten niet meegaan in de stroom alsof er nog een Land van Ooit bestaat waarin de migratie van de afgelopen decennia nog terug te draaien is.''

- U heeft vaak gezegd tegen polarisatie te zijn, terwijl Bos nu zegt: 'Er zullen dingen gezegd worden die niet kunnen. Mensen zullen ervan schrikken'. Gaat u mensen aan het schrikken maken?
,,O nou, haha, als dat gebeurt dan zij dat zo, maar ik heb het niet ervaren alsof ik de opdracht heb gekregen om mensen aan het schrikken te maken. Het gaat erom welke woorden je gebruikt. Ik heb gezegd: ik vind het klimaat te veel polariseren ¾m het polariseren. Dat is iets anders dan een scherp debat met elkaar voeren.''
,,Alleen maar het benadrukken van verschillen, en die verschillen uitvergroten, vind ik niet productief. Het gaat erom problemen te benoemen en er iets aan te doen. Een balans te vinden.''

TROTS
- Die balans is zoek bij Verdonk en Wilders?
,,Ik zou die twee niet op ÚÚn lijn willen zetten. Verdonk kiest de invalshoek van trots op Nederland, van het behoud van onze waarden en cultuur. De opvattingen van de Partij voor de Vrijheid van Wilders zijn in feite beperkt tot ÚÚn issue, bestrijding van de islam. Als je het nu hebt over onnodig polariseren, dan is dit een goed voorbeeld.''

- Toch heeft Verdonk het aureool dat het onder haar leiding allemaal goed marcheerde met de inburgering, terwijl tegelijkertijd wordt gezegd: Ella Vogelaar zorgt voor brokken. De taalcursussen voor allochtonen zijn een chaos.
Droogjes: ,,Ik kan feitelijk constateren dat minister Verdonk vier jaar bezig is om die wet inburgering tot stand te brengen, die ze op de valreep van haar ministerschap door het parlement heeft geloodst. Ik moest die klus vervolgens uitvoeren. Ik vermoedde al dat het problematisch zou worden. De wet is namelijk zeer complex. Ik denk dat haar imago niet zo zeer specifiek is gekoppeld aan die wet, mensen vinden haar gewoon een daadkrachtige vrouw.''

- Is dat beeld terecht?
Korte pauze: ,,...Ik kan zo even niet iets bedenken, maar ze zal ongetwijfeld ook wel een aantal zaken goed opgepakt hebben. Ik heb niet zo'n behoefte om statements af te geven over mijn voorgangers.''
Ze kijkt met een vastberaden blik: ,,Ik geloof er niet in dat je stemmen moet willen winnen door mee te gaan in populisme. Ik doe mijn eigen ding.''



Lees verder......

16 mei 2008

Hollandse inktvisjacht op volle zee

Pijlinktvissen koloniseren de Noordzee. Met dank aan het broeikaseffect. Volgens visser Anton Dekker zit er maar één ding op: vangen en opeten. Met zijn Japanse hengeltechniek zorgt hij voor een primeur in Europa.

Stuurman Erik tuurt in de donkere golven. Zouden ze er zijn vannacht? Zojuist heeft hij de Johanna SL-9 stilgelegd, een kilometer of veertien voor de kust bij Scheveningen. Vanaf het dek schijnen felle lampen de zee in.
Aan weerskanten van het schip rolt zachtjes het vistuig loodrecht het water in: lijnen met blinkende haakjes en fluorescerend kunstaas. Ritmisch bewegen ze via haspels op en neer. Nu is het wachten geblazen.
Vanaf de Johanna wordt gericht op inktvis gevist, een primeur voor Europa. Op het schip van visser Anton Dekker wordt 'squidjiggen' beoefend, zeg maar inktvishengelen. In Azië is deze techniek heel gebruikelijk, maar Noordzeevissers hebben zich er tot dusver niet aan gewaagd.
Inktvis, dat was in de noordelijke gebieden hooguit een curieuze bijvangst. Maar sinds een paar jaar bevolken de weekdieren in steeds grotere aantallen onze kustwateren. En, niet onbelangrijk, steeds vaker belandt inktvis op het bord van de Nederlandse consument.
Zover is het nog niet. Stuurman Erik prutst wat aan de afstelling. Gestaag dansen de haakjes in en uit het water, het rinkelt dat het een lieve lust is, maar beet heeft hij nog niet. ,,Het werkt in Japan'', zegt hij weifelend. ,,Maar wie zegt dat ze hier ook bijten? Er zijn honderden soorten haakjes en reflectoren. Zoek dan maar uit wat het beste werkt.''
Zelf eet-ie ze het liefst als calamares, de Zuideuropese variant. De inktvis eerst héél even koken, in ringetjes snijden, door een beslagje halen, en dan hop de frituur in. ,,Koken is noodzakelijk als je ze lekker mals wilt krijgen, anders wordt het elastiek.'' Gestoofd, zelfs rauw stopt hij ze graag in zijn mond, zoals hij de aanwezigen graag demonstreert.
Anton Dekker is dé inktvisman. Een jaar of tien geleden werd de Dordtenaar bevangen door het inktvisvirus. Hij was toen nog een 'gewone' visserman, op rode poon, makreel, schar, maar in zijn netten trof hij steeds vaker pijlinktvis aan. ,,De opwarming van de aarde, hè. De Noordzee is de laatste jaren 1,8 graden warmer geworden dus die beessies komen vanuit het Kanaal langzaam maar zeker deze kant op.''
Inktvis, dacht hij met zakenmaninstinct, is een gat in de markt. Op de visafslag doet een kilo zomaar tien euro, soms zelfs elf. Vergelijk dat met schol, waar twee euro de kilo voor neergeteld wordt. Maar hoe haal je ze uit het water? Zijn zoektocht bracht hem naar Argentinië, Korea en uiteindelijk naar Japan. In Hachinohe, de bakermat van de pijlinktvisvisserij, zocht hij wat hij vond.
Negen weken is hij nu bezig. Met een nieuw schip, een Franse schuit die voor 3,5 miljoen euro is vertimmerd. Van binnen veel polyester, in plaats van staal, zodat het schip aanzienlijk minder brandstof verbruikt. Overdag kan er met milieuvriendelijke technieken op schar en rode poon worden gevist, 's nachts zijn de weekdieren aan de beurt. Terwijl de bemanning slaapt, gaat de vangst gewoon door.
Maandag gingen de zaken goed, zegt hij. Tweeduizend kilo inktvis brachten ze aan wal. Maar het blijft een gok. Het seizoen loopt ten einde. Als inktvissen kuit of hom geschoten hebben, sterven ze binnen 72 uur. ,,Ze lossen gewoon op. Zonde van die dieren. Dan kunnen wij ze beter vangen."
In het ruim sorteert Boy-Robin Dekker de vangst van vanochtend, kratten volgestapeld met dode, verse vis op ijs. In zijn oranje overall, blond stekelhaar en grote gouden oorbel is hij het prototype zeebonk. Zeebenen heeft de negentienjarige zoon van de eigenaar zeker, want al sinds zijn zesde vaart hij met zijn vader mee. Terwijl enkele meevarende journalisten zeeziek over de railing hangen, draait hij in het vooronder rustig een sjaggie.
Vissen is het mooiste wat er is, bromt hij. En op deze manier is er voor hem toekomst. Inktvissen groeien snel, zodat overbevissing nauwelijks mogelijk is. Vorige week heeft hij een huis kunnen kopen. Leeftijdgenoten doen hem dat niet snel na, stelt hij tevreden vast.
Ook vader Anton is goedgemutst. Hij heeft vertrouwen in het experiment, hoewel het dit keer niet wil vlotten. Op aandringen van de zieke gasten zet de stuurman eerder dan gepland, het loopt tegen een uur of twee, koers richting Scheveningen. Het gebrek aan geduld eist zijn tol: deze nacht blijven de vishaken leeg.
(Sandra Donker, GPD)

Lees verder......

2 april 2008

Streven naar een enecoloos bestaan

Milieusubsidies van de overheid hebben ze niet nodig. Handige knutselaars die zelf hun energieverbruik bijna tot nul terugdringen. ,,Sommige freaks draven echt door.''

Als Arie Kroon de deur naar zijn heiligdom opent, glimmen zijn ogen van trots. Een enorme ketel bekleed met blinkend materiaal, tientallen meters met wijzertjes, expansievaten en vaatjes, omvormers, schakelpanelen, tabellen met eindeloze rijen cijfertjes.
Waar de meeste Nederlanders een ruimte ter grootte van een diepe kast reserveren voor hun cv-ketel, liefst ergens weggestopt op zolder, offerde Kroon een goed bemeten slaapkamer op voor de energievoorziening in zijn huis. Dag in dag uit knutselde en schaafde hij aan de machines, tot alles perfect functioneerde.
Kroon is dÚ Nederlandse pionier op zonne-energiegebied. Hij claimt de eerste energieneutrale woning ter wereld te hebben gebouwd. Sinds 1995 komt de hele voorraad stroom die de familie in Woubrugge nodig heeft van het dak. Ook de gasrekening wordt gecompenseerd met zonlicht.
,,Ik wilde laten zien dat zonne-energie de bron van de toekomst is'', legt hij uit. ,,Sommige mensen doen dit voor het geld, ik uit idealisme.''
Het begon in de jaren zeventig, toen de discussie over kernenergie ontstond. ,,Ik besloot aan te tonen dat die gevaarlijke centrales overbodig zijn. Alles wat je nodig hebt, is al voorhanden.'' Hij wijst naar boven. ,,Dßßr namelijk. Je hoeft het alleen maar op te vangen.''
Kroon is gepensioneerd instrumentenbouwer, techneut en natuurliefhebber. Dat zijn uitgelezen eigenschappen voor iemand die doe-het-zelver wil worden op dit terrein.
Wie zelfvoorzienend wil zijn, moet handig zijn, tijd hebben en beschikken over enig idealisme, zegt Cees Bakker, voorzitter van de Organisatie voor Duurzame Energie (ODE). De club van zo'n achthonderd liefhebbers van zonne-, wind- en bio-energie bestaat al sinds 1979, en wil zoveel mogelijk mensen betrekken bij duurzaam gebruik van de grondstoffen van de aarde.
De laatste tijd neemt de belangstelling voor het onderwerp weer toe, ziet hij tot zijn tevredenheid, na een flinke dip begin deze eeuw. ,,In de praktijk valt het nog niet mee energieneutraal te zijn, zoals wij dat noemen. Het lukt slechts weinigen.''
,,Arie Kroon is ÚÚn van hen. Het is een sport om er heel ver in te komen. Het ultieme ideaal? De nul natuurlijk. Niet meer energie gebruiken dan je zelf op een of andere wijze kunt opwekken.''

WINDMOLEN
ODE houdt leden op de hoogte van technische nieuwtjes en snufjes op duurzaamheidgebied. Voor specialisten zijn er weekeindjes waarin gedemonstreerd wordt hoe je - bijvoorbeeld - een kleine windmolen kan bouwen.
,,Vooral voor de leuk, ja. Als je helemaal energieneutraal wilt zijn, ben je over het algemeen aangewezen op nieuwbouw. Met de moderne warmtepompen, die energie via een vernuftig systeem uit de bodem halen, en goeie isolatie kom je een heel eind.''
,,Bestaande bouw heeft altijd beperkingen. 's Zomers krijg je een hoge opbrengst van je zonnepanelen, maar is het warm buiten. 's Winters kan het windstil zijn, dan staat je molentje stil.''
Bakker heeft zelf zonnepanelen op zijn dak, en zonnecollectoren, Ún is lid van een windmolencorporatie. Met twee 'grootverbruikende pubers' in huis, redt hij het toch net niet om quitte te spelen.
,,Ik heb nog geprobeerd mijn koelkast als kachel te gebruiken. Aan de achterkant, waar de warmte uitkomt, plaatste ik een houten wand met een roostertje, zodat er een soort schoorsteeneffect ontstond. Aangezien de warmte er aan de bovenkant uit kwam, heb ik vervolgens weer geprobeerd die met een ventilator naar beneden te blazen. Maar ja, dat ding gebruikt natuurlijk ook stroom, dus daar ben ik mee gestopt.''
Hij relativeert: ,,Je moet niet wereldvreemd worden. Er zijn ook freaks op dit terrein, die gaan tot het gaatje.''
,,Ik zie het zo: als je met vakantie bent en je leeft in een tent, ben je ook heel blij met een zuinige lamp en warm water voor een douche uit een primusje. Dan bedenk je dat scheren ook wel kan met koud water. Zo ga je energie waarderen, zie je dat het echt luxe is.''
Niet alleen idealisme drijft mensen tot een `bestaan zonder Eneco'. Ook geldgebrek en achterstallige rekeningen zorgen vaak voor ingenieus knutselwerk in van gas of licht afgesloten woningen. Ongeveer 25.000 tot 30.000 huishoudens zitten jaarlijks zonder stroom of warmte, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

SOLAR
Hobbyist George Frans heeft voor hen op zijn website www.zondereneco.nl tips om te (over)leven. De avontuurlijk ingestelde bewoner kan een heel eind komen. Met een oude peutroleumkachel, campinggasstel en een autonoom solarsysteem kan een gezinnetje al koken, het huis verwarmen, drie lampen aandoen, mobiele telefoons opladen en zelfs een laptop enkele uren gebruiken.
Op jaarbasis kost dat volgens zijn berekening voor twee personen 440 euro, plus de eenmalige aanschafkosten van het solarsysteem. Die bedragen, afhankelijk van het vermogen, ergens tussen de 125 en 300 euro. De zelfknutselaar is daarmee aanzienlijk goedkoper uit dan de 1600 euro die een gemiddeld stel kwijt is.
Zijn site ziet er indrukwekkend uit, met termen als kilowatturen, laatstroomregelaars of autonome solarsystemen. Dat valt wel mee hoor, zegt hij per e-mail: ,,Hiervoor hoef je geen techneut te zijn. Het is echt niet zo moeilijk om een solarsysteem te installeren.''
En, schertsend: ,,Ook is het niet moeilijk om met propaan en butaangas te koken. Dat kan iedereen die ooit op een camping heeft gestaan. Met zo'n uitrusting kan je voorzien in je primaire behoeften.''
In een enkel geval bevalt een Enecoloos bestaan na een gedwongen afsluiting zo goed, dat klanten besluiten af te zien van heraansluiting, is de ervaring van Frans. ,,Ik ken iemand die al twee jaar lang zo leeft. Die was praktisch failliet, maar ziet nu de lol ervan in. Het verandert zeker je manier van leven. Na een verloop van tijd vind je het een uitdaging om zoveel mogelijk onafhankelijk te zijn van Eneco. Je wordt bovendien milieubewuster.''
Klussers zoeken geregeld advies bij elkaar via internet. Voor de echte fanatici doet Gerard, bankwerker, op zijn website verslag van zijn pogingen om zelf voor een prikkie een zonneboiler in elkaar te zetten. Vanaf november 2004 is hij daarmee bezig, beginnend met een gebruikte boiler die hij voor 'een fles whisky' op de kop wist te tikken, plus een pomp die 'een collega nog had liggen'.
In de loop der tijd scharrelde hij er een aluminiumplaat, warmtewisselaar, zonnepaneel, en een pompschakeling bij. Het project vordert gestaag. Vorige maand was hij aan zijn tweede zonnecollector toe, meldt hij uitgelaten.

BIBLIOTHEEK
,,Het idee is al in mijn jeugd ontstaan'', zegt hij. ,,Ik had het gezien in een boekje van de bibliotheek. Je kan het zien als een uit de hand gelopen hobby. De kosten vallen wel mee en de besparing aan energie is ook leuk meegenomen. Ik denk dat ik in twee tot drie jaar uit de kosten ben.''
Geregeld krijgt hij vragen van andere zelfbouwers, of mensen die ook aan de slag willen. ,,Ik denk dat de mensen het deels uit plezier en deels uit overtuiging doen. Zelf laat ik geen dingen na om energie te besparen, ik leef niet als een monnik of zo.''
Cijfers over het totaal aantal NUON, Eneco-, of E.ON-lozen in deze maatschappij zijn er niet, laat het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) weten. Naast de fanatieke knutselaars en milieufreaks willen bewoners van afgelegen boerderijen nog wel eens zelfvoorzienend zijn, aldus ECN. Dat geldt ook voor woonbootbewoners of mensen die in een caravan wonen zonder gas- en lichtaansluiting.
Toch begint ook het bedrijfsleven interesse te krijgen in de groep. Philips heeft onlangs de rechten gekocht van een thuissysteem voor particulieren. Promovendus Haimin Tao aan de Technische Universiteit Eindhoven bedacht een methode om energie uit zon, wind of fossiele brandstof aan elkaar te koppelen.
Hij wil het via ÚÚn apparaat omzetten in elektriciteit. Ook de opslag van te veel geproduceerde stroom - door spanningsverschillen vaak een probleem - is in zijn product makkelijker te realiseren.
,,Als je als particulier zelf middelen hebt om stroom op te wekken en op te slaan is dat erg nuttig'', licht Haimin toe. ,,Dat maakt je minder afhankelijk van het elektriciteitsnet." Vooral handig voor mensen die in gebieden wonen waar de stroom nog al eens wil uitvallen, was zijn gedachte. Wie weet staat dat Nederland nog te wachten, gezien de onzekere toekomst van de fossiele brandstoffen.

HOT
Stroomstoringen, pionier Arie Kroon kan het niet deren. Wel sombert hij over de matige interesse in duurzaamheid van zijn mede-Nederlanders. Tien jaar geleden was groene energie 'hot' in Nederland, en liep ons land wereldwijd voorop.
Bij Kroon kwamen de afgelopen twintig jaar veel vreemden uit binnen- en buitenland kijken naar zijn 'passiefhuis'. In zijn duimendikke gastenboek staat bijvoorbeeld een krabbel van James R. Schlesinger, onder Jimmy Carter Amerikaanse minister van Energie. Schlesinger liet zich begin jaren negentig bij de Kroontjes voorrijden door zijn chauffeur, en bleef tot verbazing van de familie de hele middag theedrinken in de milieuvriendelijk verwarmde serre.
In diezelfde tijd kwam een delegatie van Canon uit Japan langs en fotografeerde alles van kelder tot dak. ,,Ik weet zeker dat dat bezoek heeft bijgedragen aan de investeringen van Canon op gebied van duurzaamheid'', zegt Kroon. ,,Kort daarna zijn ze aan de slag gegaan met zonne-energie.''
Tot zijn teleurstelling verloor Nederland de voorsprong die destijds was opgebouwd. Pas de laatste weken, na de herinvoering van de subsidie op zonnepanelen, loopt Nederland weer een beetje warm voor zonne-energie - hoewel de verwachte run op de panelen vooralsnog is uitgebleven.
,,Tijdens de kabinetten-Balkenende I, II en III daalde de belangstelling voor duurzame energie tot een dieptepunt, zeker toen subsidieregelingen werden stopgezet'', moppert Kroon. Zijn echtgenote voegt toe: ,,We zijn met argusogen bekeken. Over ons werd wel gezegd: daar heb je die rare mensen van Kroon weer, die altijd overal de lichten uitdraaien. Ze eten vast ook alleen zilvervliesrijst en linzen.''
In hun dorp Woubrugge is hun levensvisie vooralsnog door niemand overgenomen. Kroon wijst: ,,Even verderop zijn luxe landhuizen gebouwd. Die mensen gebruiken alleen al voor de buitenverlichting meer energie dan wij besparen.''
Diezelfde bewoners wisten onlangs de plaatsing van een nieuw windmolenparkje tegen te houden. Ze zouden het weidse uitzicht verpesten. ,,Nou vraag ik je. Die dingen zijn toch prachtig om te zien?''
Peinzend: ,,Soms voelen wij ons een roepende in de woestijn, maar op een dag zullen mensen zien dat wij gelijk hadden.''

Lees verder......

6 november 2007

Niemand past op de oppasouder

Met gastouderbureaus valt goud geld te verdienen, maar de controle op deze commerciÙle bemiddelaars in kinderopvang is minimaal. Ouders houden hun hart vast. ,,Het wachten is op het eerste ongeluk."

Nogal raar vond ze het wel, achteraf. Toen ze haar zoontje Timo van vier ophaalde bij zijn gastouders, had hij een dik beentje. Ongelukje met de fiets, zei de oppasoma, niets aan de hand. Timo moest niet zo piepen. Moeder was bezorgd en ging toch naar het ziekenhuis. Daar bleek zijn enkel bont en blauw Ún gebroken.
,,Geen telefoontje, geen enkele aantekening in het dagrapport, geen contact van het bemiddelingsbureau, helemaal niets hoorde ik", zegt Marjolein Smits. Na een gesprek besloot ze 'oma' het voordeel van de twijfel te geven, maar het ging van kwaad tot erger. De echtgenoot van de oppasoma, die niet bij haar in huis woonde, bleek zware psychische problemen te hebben. ,,Hij was drie maal opgenomen geweest na zelfmoordpogingen. Formeel had hij niets met de kinderopvang te maken, maar later hoorde ik van anderen dat hij mijn zoontje iedere dag met de fiets van school haalde. Doodeng natuurlijk."
Toen ook nog eens bleek dat er geen vier, zoals afgesproken, maar zes kinderen opgevangen werden in het piepkleine huisje, medicijnen voor het grijpen lagen, baby's ÚÚn schone luier per dag kregen en honden binnen hun behoefte deden, was het welletjes. ,,Achteraf is Timo veel te lang gebleven", zegt de alleenstaande moeder. ,,Maar ik zat klem. Omdat ik 's avonds vaak pas na zessen thuis ben, kon hij niet naar de reguliere opvang."
Gjalt Jellesma hoort steeds vaker dergelijke horrorverhalen. Als voorzitter van de belangenvereniging voor ouders in de kinderopvang (BOinK) maakt hij zich grote zorgen over het gebrek aan controle op gastouders. Sinds ouders via de belasting een deel van de kosten van kinderopvang bij gastouders terug kunnen krijgen - op voorwaarde dat een bemiddelingsbureau is ingeschakeld - schieten deze bureaus als paddenstoelen uit de grond.
Jellesma spreekt van een 'wildgroei' aan bedrijfjes die vooral hun zakken willen vullen. ,,Anderhalf jaar geleden zag ik de cowboys en de beunhazen arriveren. Er viel geld te verdienen, en dan gaat het hard. Het probleem is dat die bureaus alleen bezig zijn met het binnenhalen van de subsidie. Volgens de wet moeten zij ook toezicht houden op de gastouders, maar daarin schieten ze enorm tekort."
BOinK kreeg meldingen over gastgezinnen die de toets der kritiek niet kunnen doorstaan. De klachten variÙren van blootliggende elektriciteitsdraden tot achtjarige dochters die worden ingezet om op de kleintjes te passen. Vorig jaar bleek dat in het Friese Joure kinderen waren geplaatst bij een veroordeelde pedofiel. De man had zijn vrouw als gastouder aangemeld en kon zo toch een verklaring van goed gedrag overleggen. ,,Er zijn heus duizenden goedwillende gastouders, maar we moeten het kaf van het koren scheiden", betoogt Jellesma. ,,Het wachten is op het eerste ongeluk." BOinK is in overleg met staatssecretaris Sharon Dijksma van Onderwijs om de kwaliteitseisen op te schroeven.
Ouders met slechte ervaringen houden vaak hun mond. Uit schaamte, maar ook omdat zij niet weten waar ze met hun klachten naar toe kunnen. Smits schakelde de landelijke Klachtenkamer Kinderopvang in, maar haar kinderopvangbureau stond daar niet ingeschreven. ,,In dat geval kunnen wij niets doen", bevestigt een woordvoerder van de organisatie. De klachtenkamer controleert overigens alleen de bureaus, niet de gastouders. En een uitspraak is niet bindend. Smits probeerde vervolgens een regionale klachtencommissie in Noord-Holland, maar 'dat bleek iemand te zijn die in haar eentje thuis zat te werken'. Ook de afdeling Welzijn van haar gemeente gaf - vooralsnog - geen gehoor.
De GGD Nederland, die het toezicht op gastouderbureaus uitvoert, erkent dat de toezicht 'een andere aanpak vraagt'. Op dit moment heeft de landelijke GGD geen overzicht van misstanden, want 'de bevindingen van inspecteurs worden alleen lokaal geregistreerd', zegt Anja Schrik, medewerker toezicht kinderopvang. De dienst is wel van plan volgend jaar ook bij ouders thuis te gaan controleren.
,,Niemand voelt zich aansprakelijk", verzucht Marjolein Smits. Het bemiddelingsbureau heeft alleen per brief laten weten dat 'alles conform de wet' was. Thuis liggen nog de rekeningen van drie maanden niet-genoten opvang, want 'daar was op ingetekend'. ,,Het bureau dreigt inmiddels met een deurwaarder."

Lees verder......

9 mei 2007

De commissaris? Die amuseert zich kostelijk!

Eigenlijk is het na Dries van Agt nooit meer goed gekomen. Sinds hij de functie van commissaris van de Koningin als ,,een tweedimensionaal deerniswekkend ambt'' omschreef, blijft het tobben met het boegbeeld van de provincie. Van Agt wist waar hij over sprak, want hij was na zijn premierschap vier jaar lang commissaris in Brabant. De kleurrijke oud-minister-president van drie opeenvolgende kabinetten had zich, zo viel uit zijn afscheidsrede in 1987 af te leiden, in Brabant maar stierlijk verveeld. Zijn taakomschrijving was ,,totaal oninteressant'', zijn macht minimaal. Van Agt nam snel de benen naar Japan, als ambassadeur van de Europese Gemeenschap.

Bijna twintig jaar na de gewraakte uitspraken is het nauwelijks beter gesteld met de beeldvorming van de commissaris. Meer dan de helft van de Nederlanders heeft geen flauw benul wie aan het hoofd staat van hun eigen provincie, bleek onlangs uit een enquête. Dat gedeputeerden en statenleden nog belabberder scoren, mag een bescheiden pleister op de wonde zijn.

Wie de provinciale gezagdrager al bij naam wist te noemen, beoordeelde diens activiteiten gemiddeld met een schamel zesje. Het kan nog erger: ook voor volksvertegenwoordigers blijft de commissaris een mistig figuur. Vier op de tien Amsterdamse gemeenteraadsleden weten niet dat Harry Borghouts de CdK van Noord-Holland is, stelde Het Parool vast, hoewel zij de bestuurder toch geregeld ontmoeten. Zelfs Borghouts' partijgenoten van GroenLinks kwamen niet verder dan ,,ja, die is van ons, maar ik ben even zijn naam kwijt''.
Als de arme commissarissen al in het nieuws komen, is het dankzij dure dienstauto's, dikbetaalde bijbanen of wel zeer overzichtelijke arbeidstijden.

* * *
Is de positie van de commissaris van de Koningin wel zo onbeduidend als zijn gedeukte imago doet vermoeden? Een rondgang langs ministers, Kamerleden, lobbyisten, ambtenaren, gedeputeerden en commissarissen maakt duidelijk dat de hedendaagse gouverneur zeker niet alleen handenschuddend rondloopt op recepties of een uitvoering van de plaatselijke operettevereniging feestelijke luister bijzet.

Ze zijn met name actief achter de schermen, waarin hun netwerk een prominente rol speelt. Een belletje op het juiste moment naar de juiste minister kan voor de provincie goud waard zijn. Daarnaast kan de CdK een bemiddelende rol spelen bij gemeentelijke conflicten, en nodigen ondernemers hem graag uit om buitenlandse handelsmissies extra cachet te geven.

Vooral belangrijk: een invloedrijke commissaris zit in véél commissies en heeft véél bijbanen. Want, luidt de overtuiging, dat is goed voor de contacten en dus voor de provincie. Hans Alders (Groningen) is voorzitter van het pensioenfonds PGGM, voor 48.000 euro per jaar, om maar wat te noemen. Geert Jansen (Overijssel) zit in de adviesraad voor Verkeer en Waterstaat, Hanja Maij-Weggen (Brabant) doet een commissariaat bij ING erbij. Niet alles is even in het oog springend: Limburger Léon Frissen besteedt zijn tijd deels aan compost, bij de branchevereniging organische reststoffen. De CdK die wat in de melk te brokkelen wil hebben, weet dat hij vaak de dienstauto naar Den Haag en Brussel moet nemen. ,,Ik zag ze er wekelijks rondlopen'', zegt Jan Boelhouwer, tot voor kort Tweede Kamerlid voor de PvdA en oud-gedeputeerde van Noord-Brabant. ,,Als bijvoorbeeld de begroting van Verkeer en Waterstaat op de agenda staat, komen ze en masse naar het Binnenhof.'' Sommige provincies halen alles uit de kast om de aandacht van Haagse politici te trekken: Gelderland nodigde een paar jaar geleden parlementariërs uit om vanuit een Chinook-helikopter de verrommeling van de Veluwezoom te aanschouwen. ,,Spectaculair'', vond Boelhouwer.

Hans Alders is volgens de experts onbetwist de meest frequente bezoeker van het hart van bestuurlijk Nederland. Of het nu gaat om een snelle treinverbinding naar het Noorden of de bouw van een nieuwe stad, Alders is van de partij. ,,Als jij Hans niet zoekt, dan zoekt Hans jou wel'', verwoordt een oud-topambtenaar het. ,,In Den Haag is hij veruit numéro uno, hij werkt als een buffel. Anderen zag je nooit, die hadden ons kennelijk niet nodig.'' Niet geheel toevallig was Alders tussen 1989 en 1994 minister van VROM. Provincies halen graag oud-bewindslieden en Kamerleden binnen: vier van de huidige twaalf CdK's runden ooit een ministerie, vier zaten in het parlement. Karla Peijs, oud-minister van Verkeer, vult het eerste rijtje binnenkort nog aan namens Zeeland.

Directe ingang bij het kabinet staat hoog op het verlanglijstje van de provinciale sollicitatiecommissies: hoe dichter bij het vuur, des te groter de kans dat de commissaris iets gedaan krijgt, is de gedachte. ,,Er is een onuitgesproken familiegevoel tussen de mensen die in de politiek zitten'', beaamt de oud-CdK van Limburg, Berend-Jan baron Van Voorst tot Voorst. ,,Het is toch anders wanneer een oud-minister je belt of de tabaksfabrikant die zijn pakjes sigaretten wil verkopen.''
CdK's van buiten het Haagse netwerk hebben het moeilijker. Als oud-burgemeester ging Michel Jager ruim tien jaar geleden naar Flevoland. In Den Haag heeft hij weinig vrienden, blijkt. ,,De commissaris van Flevoland? Hoe heet die ook alweer? Die zie je hier nooit'', zegt bijvoorbeeld voormalig VVD-fractievoorzitter Willibrord van Beek.

Het komt aan op de subtiliteiten; en timing. Ingrijpen is noodzakelijk wanneer duidelijk wordt dat het kabinet investeringen op de lange baan wil schuiven. Dat gaat als volgt, legt de voorzitter van de Vereniging Nederlandse Gemeenten Ralph Pans uit.
,,Een goede commissaris is dankzij zijn contacten tijdig op de hoogte van het uitstel, grijpt de telefoon, belt op hoge poten met de secretaris-generaal en zegt: dat zal toch niet, ik wil de minister spreken!''
De slimste commissaris pakt niet alleen de topambtenaar, die kookt een en ander ook nog voor bij een gewone directeur op het departement. ,,Zo'n man of vrouw is natuurlijk vereerd: Hans Alders aan de lijn! Dat vinden mensen leuk, die doen hun best.''

Want, beaamt een Haagse lobbyist, bij de overheid kan alles. Die is veel flexibeler dan mensen denken. ,,Er valt heel veel te ritselen.'' Zijn ervaring: de meeste commissarissen halen bij tijd en wijle hun succesje binnen. ,,Zolang je maar geen notoire azijnpisser bent, dan lukt het wel. Zuurpruimen liggen er onmiddellijk uit.''
Ook moet de commissaris oppassen dat hij niet doordramt. ,,Het kan heel irritant zijn als je voor de tiende keer benaderd wordt voor hetzelfde onderwerp'', zegt GroenLinks Kamerlid Ineke van Gent. ,,De noordelijke commissarissen weten inmiddels dat ze bij mij niet meer aan hoeven te komen met praatjes over de zweeftrein. Dat is trekken aan een dood paard.''

* * *
Hoe schatten de commissarissen hun verdiensten zelf in? Op verzoek van deze krant zijn de CdK's, met uitzondering van Relus ter Beek (Drenthe), bereid een lijstje te fabriceren. Onder enig protest, dat wel, want ,,besturen is teamwork'', verwoordt Hans Alders de terughoudendheid. ,,Het is vooral duwen, trekken en sjorren om een gedeputeerde in de positie te brengen zodat díe kan scoren'', vult zijn Zuidhollandse collega Jan Franssen hem aan.
Een greep uit de aangeleverde prestaties leert dat echt concrete resultaten schaars zijn. Woorden als bestuurlijke impulsen en duurzame ontwikkelingen komen veelvuldig voor. De meest tastbare zaken op een rij: Geert Jansen is vooral trots op de 400 miljoen euro die Twente heeft binnengesleept in Brussel en Den Haag, Wim van Gelder wijst op de oprichting van de universiteit van Middelburg.
Scheidend CdK in Utrecht Boele Staal kijkt met plezier terug op de herinrichting van het groene gebied tussen Amersfoort, Soest en Zeist. Trots: ,,Als dank komt daar straks het Boele Staal-Ecoduct.''
Harry Borghouts noemt het openhouden van de defensie- en burgerluchthaven De Kooij in Den Helder. De bouw van de Blauwe Stad staat op het lijstje dat Hans Alders met zijn college ,,voor elkaar heeft gebokst''.

Dat hun inspanningen weinig in de schijnwerpers komen, vinden de meeste gouverneurs geen probleem. ,,Als mensen weten wie ik ben, is dat mooi meegenomen'', zegt Franssen. Clemens Cornielje vult aan: ,,Het is een functie die je goed in de luwte kunt uitoefenen.'' Ook Staal beaamt dat, al vindt hij het natuurlijk best aardig als mensen tijdens een bloemencorso weten dat daar de CdK loopt.

* * *
,,Daar heb je die nietsnutten weer'', zou Ien Dales ooit hebben verzucht toen de commissarissen hun maandelijkse gang naar haar departement maakten. Anders dan zijn voorgangster houdt Johan Remkes zich meer op de vlakte wanneer de twaalf 'rijkspottenkijkers' ter sprake komen. Het is een bonte verzameling, typeert hij het gezelschap.

Er is een agendaatje, meldt Remkes, ,,de vergaderingen duren meestal niet zo lang''. De actuele politieke onderwerpen komen aan de orde, burgemeestersbenoemingen, lintjes. Soms wordt het spannender, dan sluimert er een conflict waar Remkes een CdK op af moest sturen, of valt er een heus onderzoek uit te voeren, zoals Cornielje deed naar de wantoestanden in het korps Gelderland-Zuid. Hij herkent zich in het beeld dat Alders en Franssen het meest invloedrijk zijn. ,,Die spelers staan het meest nadrukkelijk op de kaart.'' Dat niet iedereen evenveel uren maakt, vindt de pas vertrokken bewindsman geen probleem. ,,De CdK heeft een - laat ik het vriendelijk formuleren - flexibele agenda.'' Iemand als Relus ter Beek, zegt Remkes, doet er minder naast dan anderen, maar daar wil hij hem niet op aanvallen. ,,Ieder geeft er zijn eigen invulling aan. Gelukkig wel, want je wilt niet met twaalf klonen om de tafel zitten.'' GroenLinks is een stuk feller als de arbeidstijden van de commissarissen ter sprake komen. ,,De meeste CdK's hebben zoveel bijbanen dat ze het ook in deeltijd kunnen doen, een stuk goedkoper bovendien'', zegt Ineke van Gent.

Zo ver wil het nieuwe kabinet niet gaan. Balkenende-IV is wel van plan het salaris, de bijverdiensten en de onkostenvergoeding aan banden te leggen. Dat voorstel had Remkes in het vorige kabinet ook al gedaan: ,,De commissarissen hebben bij deze plannen niet juichend langs de kant gestaan, kan ik wel verklappen.'' Ze waren al onbekend, soms onbemind, en nu krijgen ze ook nog eens minder salaris. Had Dries van Agt dan toch gelijk met zijn opmerking dat een commissaris maar een deerniswekkende baan heeft?
Nee, is de overtuiging van Willibrord van Beek. ,,Van Agt was een te grote vis in een te kleine kom. Premiers hebben macht, een commissaris heeft dat niet, maar die kan wel gezag verwerven. Dat maakt het toch een aantrekkelijke functie.''
VNG-baas Ralph Pans sluit zich aan bij de conclusie dat de commissaris geen beklagenswaardig figuur is. ,,Ik zou geen medelijden met die mensen hebben, hoor, die amuseren zich kostelijk'', zegt hij. ,,Zo'n Hans Alders heeft een enig leven, die verveelt zich geen dag.''

---------------
Wat doet de CdK?
De commissaris van de Koningin staat aan het hoofd van de provincie. Hij zit het dagelijks bestuur voor (gedeputeerde staten) en leidt de vergadering van de provinciale staten. Bij een grote regionale ramp is hij verantwoordelijk voor de coördinatie van de hulpdiensten. Hij heeft verder nog andere bevoegdheden op het gebied van openbare orde.

Daarnaast speelt hij ook een rol bij burgemeestersbenoemingen en de lintjesregen. De commisaris van de Koningin wordt voor zes jaar benoemd door het kabinet, op voordracht van de provincie.

Verschenen in de regionale kranten op 5 maart 2007

Lees verder......

14 december 2006

Het jurkjessyndroom van Rita Verdonk

Sterallures zijn Rita Verdonk naar het hoofd gestegen, zeggen mensen die haar de afgelopen jaren van dichtbij meemaakten. Uitbundige lof van bewonderaars maakte haar doof voor kritiek van politieke tegenstanders.

Sommige politici dromen van een carrière als groot en belangrijk staatsman, anderen van een veilig, schoon en rijk Nederland. Rita Verdonk droomde van een mooie jurk. Ze verklapte het aan iemand uit haar kring van vertrouwelingen: wat zou het toch geweldig zijn om in een baljurk een zaal vol mensen binnen te komen, die dan allemaal vol bewondering naar haar op zouden kijken: Rita, wat zie je er toch prachtig uit!
Haar ontboezeming werd doorgefluisterd op het departement. Als Verdonk vol ornaat op het televisiescherm schittert om weer een plan te lanceren, verzuchten haar ambtenaren: ze heeft weer last van het mooie-jurkjessyndroom. Verdonk, weten zij inmiddels, heeft de smaak van roem geproefd en die is haar goed bevallen.
De transformatie van de onbekende sociologe die in 2003 onwennig de zware portefeuille vreemdelingenzaken en integratie op zich nam, naar de gestylde diva die het leiderschap van de VVD opeiste, is opmerkelijk. Toen bekend werd dat niet Mark Rutte, maar zÝj met 620.555 voorkeurstemmen de populairste liberaal was, straalde ze alsof ze tot premier was gekozen.
Rita, zeggen mensen in haar omgeving, is in zichzelf gaan geloven. Zozeer, dat zij doof is geworden voor kritiek en volstrekt haar eigen gang gaat. ,,Het schijnt niet tot de minister door te dringen dat niet zÝj, maar de Tweede Kamer de baas is'', verwoordde SP'er Jan de Wit het dinsdagnacht, tijdens het debat over het generaal pardon.
Alexander Pechtold zat vijftien maanden samen met Verdonk in het kabinet en zag het gebeuren. ,,Ze omringde zich steeds meer met mensen die haar naar de mond praten. Dat gekoketteer met lunches met Marco Pastors dit voorjaar, breed uitgemeten in de kranten. Dat soort dingen geeft haar een gevoel van kracht, daar geniet ze van.'' Ook het rondrijden in een gepanserde auto met vier lijfwachten ervaart ze als egostrelend, vermoedt Pechtold. ,,Het hangt tegen het sterrendom aan.''
Verdonk laat zich graag bijstaan door stoere mannen, zegt een ambtenaar uit haar omgeving. Mannen die tegen haar zeggen dat ze het 'fßn-tßs-tisch' doet, die haar rechtdoorzee-benadering toejuichen. Zoals de Amsterdamse VVD-baron Ed Sinke en politiek strateeg Kay van de Linde, campagneleiders tijdens de verkiezingen voor het VVD-lijsttrekkerschap.
Van de Linde noemt haar ook nu 'absoluut een grote politieke belofte'. ,,Rita is een prachtig politicus, het soort waar iedereen om roept'', zegt hij daags na het debat over het pardon. ,,Haar optreden was niet schadelijk, in tegendeel. De enige die principieel bleef, is Rita. Dat is haar kracht. Mijn devies: vechten voor je principes, geen compromissen sluiten. Dat tast je geloofwaardigheid aan.'' Van de Linde spreekt haar nog geregeld. ,,Ze vraagt wel eens: Kay, hoe zou jij dat doen?''
Arno Visser noemt de invloed van de raadgevers 'kwalijk'. De voormalig VVD-asielwoordvoerder leerde Verdonk kennen toen beiden voor consultantbureau KPMG werkten. ,,Ze is niet met beide benen op de grond blijven staan. Ze is hard toegejuicht, maar een mens moet zijn tekorten kennen.'' Visser heeft zich verbaasd over haar pretenties. ,,Na drie jaar in de politiek denkt ze alles te kunnen. Ik heb wel wat bescheidenheid gemist, ja. De houding van een leider is er wel, maar de inhoud niet.''
Niet alleen de oppositiepartijen, maar ook haar collega-ministers hadden een harde dobber aan haar. ,,Er is weinig weerstand tegen haar optreden'', is de ervaring van oud-minister Pechtold. ,,Ze houdt niet alleen de VVD, maar ook het kabinet in gijzeling. De bewindslieden worden geregeerd door angst voor de kiezers. Zij staat voor iets, voor populisme van het zuiverste soort. Daar durven ze niet tegenop.''
Marco Pastors, fractieleider van Leefbaar Rotterdam, ziet het anders: ,,Ze heeft optimaal gebruik gemaakt van de rechtse meerderheid die er tot de verkiezingen was. Maar dat betekent dat je het haasje bent zodra die meerderheid verdwijnt. Dat had ze helaas niet snel door. Ze opereert niet altijd even intelligent.''
Inhoudelijk valt ze steeds door de mand, meent ook Pechtold. ,,Dan zegt ze: er ligt een boek van Thorbecke op mijn nachtkastje, maar Thorbecke heeft nooit een boek geschreven. Het is alleen maar lawaai, geen oplossingen. Nul komma niks.''

KADER:
Sinds haar aantreden kreeg minister Rita Verdonk vier maal een motie van afkeuring van de Kamer. Driemaal bleef een meerderheid achter haar beleid staan. De vierde keer, dinsdag, ging het mis.
In december 2005 informeerde Verdonk de Kamer onjuist over Congolese asielzoekers. Vier maanden later overleefde ze een motie van afkeuring nadat ze de fracties verkeerd inlichtte over Syrische ex-asielzoekers. In juni vond een minderheid dat Verdonk fout had gehandeld bij de naturalisatieproblemen van Ayaan Hirsi Ali. Die motie leidde tot het vertrek van de D66-ministers, omdat die coalitiepartij de motie van de oppostie steunde. In de laatste motie werd Verdonks vertrek geÙist omdat zij weigerde de uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers op te schorten. Het kostte haar de portefeuille vreemdelingenzaken.

Lees verder......