Posts tonen met het label AD. Alle posts tonen
Posts tonen met het label AD. Alle posts tonen

1 augustus 2007

Afzien in het apenparadijs

Inti Wari Yassi, Bolivia - Zesentwintig hechtingen heeft Sally in haar armen. Als ze haar mouwen opstroopt, kan je precies zien waar poema Leonsio met zijn klauwen toesloeg. Grote gaten links en rechts, akelig dicht langs de slagader in haar onderarm, met zorg dichtgenaaid door dierenarts Pascual.
Sally had de pech dat Leonsio in een slechte bui was toen ze met hem ging wandelen. De dagelijkse aangelijnde uitje door het natuurpark El Machio in de Boliviaanse jungle liep uit op een bloedbad toen Leonsio onverhoeds een andere poema tegen het lijf liep.Voor de 28-jarige Australische vrijwilligster er erg in had, haalde het beest naar haar uit.
Bad luck, zegt Sally. Na een pakje sigaretten en een liter bier ging het wel weer.

Iedere vrijwilliger die komt werken in het dierenopvangcentrum Inti Wara Yassi in Villa Tunari, Bolivia, weet dat er risico´s zijn. Je kan worden gekrabt, bespuwd, geklauwd en gebeten door de afgedankte apen, in beslag genomen luipaarden en gedumpte papegaaien die er worden verzorgd. En als het geen dier is wat je toetakelt, kan er een boom op je hoofd vallen, je kan in het drijfzand langs de rivier Espiritu Santo zakken, slangen tegen het lijf lopen of uitglijden in een modderstroom. En je wordt in ieder geval van top tot teen gestoken door muggen en zandvliegen, omdat antimuggenbeet verboden is in het park.

Iedere week komen pechvogels terecht in het provisorische kliniekje van de dierenarts van Inti Wara Yassi, Pascual Quispe. Hechtingen zetten kan hij inmiddels als geen ander, en zeker beter dan de artsen in het verderop gelegen armetierige ziekenhuisje. Daar durft geen westerling een voet over de drempel te zetten – zeker niet nadat een Canadees met een gat in zijn hoofd het hospitaal schots en scheef dichtgenaaid weer uitkwam.
Toch zitten de veertig vrijwilligers ook nu weer goedgemutst aan het vegetarische ontbijt. De apen zijn zojuist gevoed, de papegaaien en toekans ook, de fretten en de tapirs, het varken met zijn jongen, nu is het de beurt aan de hongerige mensen. Uit het keukentje van de Boliviaanse kokkin komen pannenkoekjes, eieren, muesli en koffie. Aan tafel zitten Amerikanen, een Canadees, Britten, veel Israeliërs, een stuk of wat Fransen, een Belgische, een Deense, Sally de Australische, een Zweed en vier Nederlandse meiden.
Voor Heleen (28) uit Amsterdam wordt het een drukke dag. Haar aapje Lucca mag na zes weken quarantaine voor het eerst naar het Apenpark, halverwege de berg. Daar lopen de capucijnerapen en squirrels vrij rond, zolang ze zich tenminste netjes gedragen. Verderop, in het besloten deel van het park, zitten de Bad Monkeys, apen die agressief zijn, of juist angstig, en de dieren die door hun vorige eigenaar getraind zijn in zakkenrollen - een populair tijdverdrijf in Bolivia. Dat de beesten er erg behendig in zijn, bleek een maand geleden maar weer eens. Een rijke bezoeker moest lijdzaam toezien hoe zijn honderddollarbiljetten vanuit de toppen van de bomen naar beneden kwamen dwarrelen, als snippers.
Een nieuweling loslaten in de groep is altijd risicovol, legt Heleen een beetje nerveus uit, omdat apen behalve heel sociaal ook valse sekreten kunnen zijn. Niet zelden wordt de arme nieuwe bewoner aangevlogen door het hulpje van de baas, die op last van de chef even orde op zaken komt zetten. Bovendien is Lucca opgegroeid bij een gezin in La Paz en ziet liever mensen dan apen om zich heen. Onwennig laat ze zich besnuffelen door de kolonie.
Heleens vrees blijkt terecht - binnen tien minuten breekt een hels gekrijs los in de kolonie. Een kluwen apen rolt over de grond en als de stofwolken zijn opgetrokken, is Lucca flink te grazen genomen. Met bloed uit staart en achterpoot klimt het aapje gillend van angst op Heleens schouder. Experiment mislukt, Lucca moet terug naar de quarantainehokken.
De ophef gaat voorbij aan Golda. De Isra"elische kroelt dromerig door de vacht van haar nieuwe vriendje, een capucijneraapje van nog geen jaar oud. ,,Hij is zo lief'', verzucht ze, en drukt zijn kopje tussen haar borsten. Zoenen met een aap mag in het park, ook de dierenarts Pascual en zijn hulpje Luis Morales hebben om de haverklap harige mondjes aan hun lippen hangen. Kan geen kwaad, vinden ze, de dieren zijn meteen na binnenkomst toch inge"ent tegen rabies en andere enge ziekten. Apen vinden het ook fijn als mensen wat spuug op hun eten doen, vervolgt Golda. Ze doet het graag even voor.
De beesten komen toch al niets tekort. Dagelijks worden karrenvrachten vers fruit de berg opgedragen. Banaan, papaya, appel, mango, ananas. ,,Ze eten beter dan wij", zegt Heleen met een lachje. Voor de vleeseters is er verse biefstuk, verse kip, koteletten en karbonades, allemaal zonder korting gekocht bij de lokale slager. De kosten komen voor rekening van de vrijwilligers, het centrum ontvangt geen overheidssubsidie. Iedereen betaalt bij entree 80 dollar voor de eerste twee weken van het verblijf - in Bolivia een klein vermogen. Daarna staat vier dollar per dag op de rekening. Omdat jaarlijks honderden vrijwilligers de urenlange bustocht ondernemen om in deze afgelegen plek dieren te verzorgen, kan Inti Wara Yassi jaarlijks bijna 70.000 dollar uitgeven.
Los voluntarios zien daar weinig van terug. Slapen gebeurt op matrassen van stro in tochtige kamertjes met een kale peer aan het plafond. De plee's stinken, de douches zijn smerig. Muskietennetten zijn niet inbegrepen in de prijs, en dat is de vrijwilligers aan te zien - na vijf dagen in het park is de Nederlandse Diane een grote muggenbult geworden. Eten en drinken gebeurt op eigen rekening.
Het is afzien in het apenparadijs, maar de dierenvrienden hoor je er nauwelijks over klagen. Soms is het een beetje veel van het goede. Zaterdagmiddag hangt een briefje in de openluchtkantine.
,,Sorry mensen, maar morgen tussen 7.30 en 9.00 uur moeten stenen en zand naar boven worden gesjouwd voor poema Gato's nieuwe hok. Gato zal jullie dankbaar zijn." De vrijwilligers zuchten. Gato's hok, dat is boven op de berg, alleen te bereiken via een steile klim.
Afgepeigerd zitten ze de volgende ochtend uit te blazen. Joaquin uit Lyon wist het zweet van zijn gezicht. ,,Je had erbij moeten zijn, dan had je een middeleeuwse menselijke lopende band in werking kunnen zien", zegt hij met een grimas. ,,Dat leuke apenpark is slechts een facade. Daarachter ligt een Zuidamerikaans gevangenenkamp." Zijn vriendin Amelie, een tengere Francaise, is na het beulswerk met kleren en al onder de douche gestapt. Ze kan geen woord meer uitbrengen.
Wat zoeken al deze westerse twintigers en dertigers op een plek waar je moet betalen om jezelf zeven dagen per week in het zweet te mogen werken? Peter, een bruinverbrande pezige metaalbewerker met blonde sik uit Zweden, beantwoordt de vraag met een wedervraag{,,Waar kan je zomaar wandelen met een poema? In mijn land zou zo'n centrum meteen gesloten worden, zeker als er een incident is geweest, maar hier in Bolivia kan alles. Na twee dagen in het park mocht ik al een grote kat uitlaten. Beter dan weer een museum bekijken in de zoveelste stad in Zuid-Amerika." Ook voor de Israeli"ers Gil en Amoz ging in de jungle een wereld open. Ze geven iedere ochtend een half uur vliegles aan valk Kaizer. Het dier had dat in gevangenschap nooit geleerd, en nu proberen ze Kaizer de fijne kneepjes bij te brengen door hem met een handschoen de lucht in te werpen. Kaizers fladdert met zijn lamme vleugels nu een meter of twaalf bij elkaar, en hij vordert gestaag, zegt Amoz trots terwijl hij de valk op zijn kop krauwt. Of hij ooit een hele vlucht kan maken is de vraag, maar iedere dag een beetje gymnastiek kan geen kwaad.
Het blijft amateurswerk. Zelden zijn de vrijwilligers getraind in omgang met wilde wilde dieren, of hebben ze een opleiding tot bioloog of dierenarts achter de rug. Heleen werkte als projectmanager bij een marketingbureau, haar zusje Marieke, die in het park poema's verzorgt, had een baan als ondertitelaar van televisieprogramma's. Juriste Amrah (25) uit Ridderkerk, ingedeeld bij de quarantaineafdeling van de apen, wil rechter of officier van justitie worden. En de Britse Rebecca, die de laatste levensfase van de hoogbejaarde en reumatische poema Quirqui probeert te veraangenamen, is in het dagelijkse leven onderwijzeres. ,,Je luistert naar wat de dierenarts zegt, en verder zijn er van ieder dier dossiers bijgehouden zodat je weet wat voor karakter ze hebben", zegt Heleen. ,,Voor de rest doe je het een beetje op je gevoel."
Onervarenheid kostte haar een flinke beet in haar vinger van een agressieve aap. ,,Je weet dat je risico's loopt, maar dat risico neem je. Zonder verzekering ja, want ik denk niet dat mijn verzekeringsmaatschappij kosten dekt als ik vertel dat ik een poema ben wezen uitlaten in de Boliviaanse jungle."
Ook Sally is een ervaring rijker. Met de bijtgrage Leonsio wandelt ze niet meer, ze heeft nu de vijf maanden oude It Shu onder haar hoede. Groot was de schrik toen ze zag dat haar broek opnieuw onder de bloedspatters zat. Maar ditmaal was het niet haar bloed, maar dat van de jonge poema. Hij was zijn melkgebitje aan het wisselen.

Gepubliceerd in het Algemeen Dagblad op 27 november 2005

Lees verder......

22 april 2007

Een graf groter dan dat van Napoleon

Provesano, Italië - Het is dringen geblazen op het kleine kerkhof aan de rand van Provesano. Bruine hoofden in stemmige pakken, Gucci-zonnebrillen en geelblauwe dassen drommen samen rond de enorme witmarmeren graftombe van Pim Fortuyn. Fotografen en cameralieden struikelen over grafzerken van lang overleden Italianen.
Ed Maas staat er, de voorzitter van de LPF, presentator en vastgoedgigant Harry Mens, lijsttrekker Mat Herben, advocaat Oscar Hammerstein, oud-bestuurder John Dost. Demissionair minister Roelf de Boer is er met vrouw, evenals zijn collega's Nawijn, Phoa en Van Leeuwen en een tiental Kamerleden.
Zij allen zoeken `een moment van bezinning' bij de tombe van hun doodgeschoten voorman. ,,Hij heeft een groter graf dan Napoleon'', zegt Hammerstein tevreden.

Tussen alle gedrang door klinkt opeens geblaf. Butler Herman, in krijtstreep met zonnebril, komt aanlopen met de twee beroemdste hondjes van Nederland: Kenneth en Carla. Samen met een kleine 100 fortuynisten hebben zij de eendagstrip naar Provesano gemaakt, en doen een klein plasje naast het graf van hun vermoorde baas.
Eigenlijk was de bedevaart naar het graf van Fortuyn bedoeld als privé-aangelegenheid voor enkele trouwe aanhangers, geopperd door vastgoeddirecteur Chris Thunnessen. Maar in de verkiezingstijd is een dergelijk uitje een gouden mogelijkheid om het moreel van de troepen flink op te krikken, en het hele land daarvan deelgenoot te maken.
Voor het privé-tripje bleek uiteindelijk een Boeing 737 nodig, die zondagochtend vroeg goedgevuld vertrok vanaf het Rotterdamse vliegveld Zestienhoven. Bij de LPF is altijd wel iemand beschikbaar die zijn hand niet omdraait voor dergelijke kosten.
Thunnessen is nu eigenaar van het vakantiehuis van Fortuyn in Provesano, en heeft de deuren eenmalig opengesteld voor zijn LPF-vrienden. In het huis ligt alles nog onaangeroerd, de koffie zit in de bus en sloffen staan onder het bed. ,,Beeldige tegeltjes op de vloer, vind je niet?'', vraagt een mevrouw aan een vriendin. De LPF'ers laten zich onder de verbaasde blikken van dorpsgenoten uitgebreid fotograferen voor villa Rocca Jacoba. Even verderop wordt in het kerkje een korte gebedsdienst gehouden voor Fortuyn. In het draaiboekje voor de gasten wordt vermeld dat `Pim vaak een kaarsje brandde bij het Mariabeeld' aan de linkerzijde van de kerk. Gewillig volgen de bezoekers zijn voorbeeld.
,,Pim zou hebben genoten van deze dag'', zegt Mat Herben later in restaurant Gelindo dei Magredi in het nabijgelegen Vivaro. Oud zeer is verdwenen, fractie, partij en vrienden zijn weer één. Dat de `linkse kerk' de bijeenkomst bij het graf afdoet als lijkenpikkerij, vindt hij bespottelijk. ,,Laat hen maar bijeenkomen in rokerige zaaltjes in Nederland, wij doen het hier in Italië. We trekken ons er niets van aan.''
Minister De Boer is wel witheet over de kritiek. ,,Wat de LPF ook doet, het is altijd fout.'' Het was zijn eerste keer in Provesano, en de trip heeft ook hem `geïnspireerd'. Zijn collega Nawijn heeft aan het graf vooral ingezien dat na de dood van Fortuyn de maatschappij verder is verhard, ,,terwijl dat andersom had moeten zijn.'' Gedurende de dag stijgt de stemming. Er wordt veel gedronken en geklonken op Pim, vriend Pim, dode Pim. Voor politiek is ook nog twee minuten tijd. ,,Job Cohen? Een slapjanus'', zegt Herben uitgelaten. ,,Dat gaat ons mooi vijf zetels opleveren.''
Dit bericht is eerder verschenen op 20 januari 2003 in het Algemeen Dagblad

Lees verder......

13 juni 2005

Mohammed Sidali's mooie dag

Berkane, Marokko - Mohammed Sidali (72) heeft het er op zitten. Vanaf 1966 tot een jaar of wat geleden werkte de goedgemutste Marokkaan in de metaalbewerking, in Bergen op Zoom, en als maatschappelijk werker. Nu woont hij een groot deel van het jaar in zijn pas afgebouwde huis in Berkane, Noord-Marokko. Een fijn klimaat, en hij kan er dagelijks op bezoek bij zijn moedertje, die de honderd nadert.
Maar zijn zes kinderen zijn opgegroeid in Nederland, en terug naar Marokko willen ze niet. Dus pendelt Sidali een paar keer per jaar op en neer naar zijn tweede vaderland. Maar dat verrekte visum dat hij steeds moet kopen in de hoofdstad Rabat, op acht uur rijden afstand, kost hem 200 dirham per keer, plus de reis naar de Nederlandse ambassade. Vierhonderd euro armer zit hij dan nog niet eens in het vliegtuig naar Schiphol.

Op de binnenplaats van een oude rooms-katholieke kerk doet Mohammed Sidali zijn beklag bij Rita Verdonk. De minister van Vreemdelingenzaken heeft tijdens haar drukke werkbezoek aan Marokko een uurtje gevonden om te praten met gastarbeiders die teruggingen naar hun vaderland. Als voorzitter van de Nederlandse migrantenvereniging El Feth somt Mohammed de problemen op waar hij, en met hem circa tienduizend lotgenoten, tegenaan lopen.
Bovenaan hun lijstje: de herkeuringen in de WAO, met stip gevolgd door de dure visa. Hoopvol kijken ze naar Verdonk, die door haar gastheren is neergezet in een zitje op een mooi Berbers tapijt. De minister geeft geen krimp. De herkeuringen voor arbeidsongeschikten gelden voor iedereen, dus ook voor mensen in Marokko, zegt ze. ,,Ik ga u geen mooie beloften doen.'' Ook Mohammeds voorstel om een pasje te maken waarmee remigranten simpel een visum kunnen krijgen, valt in dorre grond. Verdonk stellig: ,,Een makkelijk pasje is makkelijk na te maken, daar beginnen we dus niet aan.''
Veel remigranten hebben het moeilijk na hun terugkeer, zegt Najib Bachiri. Het Marokko dat zij in de jaren zestig achter zich lieten, bestaat niet meer. Vrouwen hebben hun sluier afgedaan, ezeltjes zijn vervangen door auto's, het leven is haastiger. Soms worden ze eenzaam en missen ze hun kinderen. ,,Ze weten niet of ze hier moeten blijven met het risico dat ze hun uitkering verliezen, of teruggaan en nog meer lijden.''
Bachiri helpt hen voor de tweede keer te integreren, in hun nieuwe oude vaderland. Ook Mohammed Amghar helpt hij wel eens een handje. De 52-jarige wao'er werkte ooit bij frisdrankfabriek Raak, maar verloor bij een ongeluk een deel van zijn gezichtsvermogen. Al 22 jaar leeft hij nu van een uitkering, en dat bevalt hem best. Tegenwoordig woont hij weer in zijn geboortestad, en afgezien van zijn lichamelijk gebrek is hij tevreden.
Wat doet u zoals de hele dag in Berkane, wil Verdonk van hem weten.
Niks, zegt hij. Niks? Ze kijkt ongelovig. Nee niks.

Lees verder......

28 mei 2005

De vrouw van vijf miljard

Amsterdam - In 1987 kwam ze van Paramaribo naar Amsterdam, met één koffer en 350 gulden op zak. Woensdag wordt ze er wethouder financiën en is ze de baas over vijf miljard euro. Laetitia Griffith (39) is bezig aan een onstuitbare opmars.

Schots en scheef stond haar adres op de enveloppe: aan Laetitia Griffith, Kinderhuisweg, Paramaribo. Post uit Holland! Vanuit een hobbelende trein schreef een vriendin over haar belevenissen in het verre Nederland. Over studeren op zolderkamertjes, uitgaan, winkelen in Amsterdam. ,,Geloof me, in Suriname heb je niet eens een trein. Het enige wat ik kon denken was: ik kom ook, wacht op mij! Geef me een paar maandjes en ik ben er! In mijn hoofd had ik de oversteek al gemaakt.'' Terwijl vriendinnetjes met rijke ouders na hun middelbare school naar Cuba, Amerika of Nederland vertrokken, werkte Griffith de administratie weg van de Scheepvaartmaatschappij Suriname. Iedereen was al weg, maar zij moest het geld voor een ticket nog bijeensprokkelen. Na een jaar ploeteren had ze genoeg; met één koffer bagage stapte ze in het vliegtuig en vertrok.

Achttien jaar later zit ze in café Dantzig, op een steenworp afstand van haar nieuwe werkplek, het stadhuis in Amsterdam. Het is haar voor de wind gegaan: de nieuwkomer van toen heeft zich opgewerkt tot de machtigste vrouw van de stad. ,,Ik vond het hier meteen heerlijk: de bakfietsen op de gracht, het Waterlooplein, oude pakhuizen, de hofjes. En iederéén woonde in Amsterdam. Je kon opgaan in de menigte, niemand keek je aan van hé, volgens mij ben je net geland. Ik had het gevoel: ook ik mag hier zijn.''

Woensdag wordt Griffith benoemd tot wethouder financiën en economische zaken, met vijf miljard euro in de knip. Veel verstand van geldzaken heeft de juriste nog niet, maar die bezwaren wappert ze luchtig weg. ,,Het gaat bij financiën om het verhaal achter de centen. En ik kan nu weer iets leren waar ik tot nu toe niets mee te maken heb gehad. Ik had natuurlijk kunnen denken: Amsterdam, het zal wel, zoek het zelf maar uit. Maar er zijn hogere belangen. Het is goed als het goed gaat met de stad. Maar denk je eens in, het is fantastisch, jeetje, ik mag in die prachtige grote stad waken over een enorm budget, overal in de keuken kijken. Ik denk dat veel mensen dat een dróóm zouden vinden.''
Wildvreemden schieten haar aan, geven een hand. Het nieuws van de komst van de nieuwe wethouder zoemt rond in de stad. Ook PvdA'er Rick van der Ploeg zwaait Griffith toe als hij Dantzig toevallig binnenwandelt. ,,Ik ga op jou stemmen als ze bij de PvdA met niks beters komen'', roept de oud-staatssecretaris van Cultuur.
De liberalen in Amsterdam hebben het veelbelovende Kamerlid weggekaapt uit het parlement in de hoop dat zij de partij tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 weer op de kaart kan zetten. Als eerste zwarte vrouw ooit zal zij in Amsterdam de lijst van de liberalen aanvoeren. Eng? Natuurlijk. ,,Maar ik ben optimistisch. Ik zie kansen en grijp ze. Gezonde spanning, onrust, het hoort erbij. Dat werkt bij mij het beste om mij te motiveren.''
Van haar allochtone afkomst heeft ze nooit last gehad, zegt ze, en trouwens ook niet van het feit dat ze mooi is en vrouw. Eerder voordeel. ,,Het vrouw-zijn is mij met de paplepel ingegoten. We waren thuis met vijf meiden, mijn vader is dol op ons, maar soms werd hij er gek van. Tutten, kleren kopen, mooi wezen, die vrouwelijkheid is er altijd geweest. Andere mensen hebben een wiskundeknobbel, of zijn muzikaal. Zo word je geboren.''
Talent genoeg, maar dochter twee heeft er hard voor moeten buffelen. ,,Toen ik aan de Vrije Universiteit rechten ging studeren, vond ik dat ik een achterstand had. Ik sprak wel Nederlands, maar van Koot en Bie had ik nog nooit gehoord, en Tukkers en Limburgers kon ik niet verstaan. Mijn medestudenten waren 18, ik was ál 20. Hallo! Dat was een groot verschil hoor. Zij gingen feesten, voor hen was het: Yo, Amsterdam! Ik wilde zo snel mogelijk mijn studie afmaken en mijn eigen geld verdienen. Niks lanterfanten en relaxen.''
Het harde werken betaalde zich uit: eerst als student-assistent, vervolgens een baan als juriste bij het ministerie van Justitie, het Kamerlidmaatschap en nu wethouder. ,,Ik zal je verklappen dat ik geen zwemdiploma heb. Ik heb het geleerd door te springen. Ik heb de kunst afgekeken van vriendinnetjes, want wij hadden thuis geen geld om les te nemen. Dan ging het zo: zij begonnen te watertrappelen met twee vingers boven water, en ik deed het na. Kopje onder. Wat doe jij eigenlijk met je benen, vroeg ik dan. Nog een keer proberen, net zolang tot ik het ook kon. Misschien niet perfect, maar het lukte.''
Natuurlijk kunnen er dingen misgaan tijdens de rit, zegt ze. Kansen moet je grijpen. ,,Dat geldt voor iedereen die hier naartoe komt, of je nu Surinamer, Antilliaan, Turk of Marokkaan bent. Beheers je de taal niet goed, ga dan een taalcursus volgen, desnoods 's avonds. Als je alleen maar naar een land komt om niks te doen en voor de buis te hangen, kom je er niet. Je moet van tevoren welbewust nadenken over wat je wilt bereiken. Niet blijven leunen en steunen.''
Het gaat om de kunst van het loslaten, een duik in de toekomst durven nemen. ,,Anders weet je nooit wat aan de andere kant op je wacht.'' Voordat ze naar Nederland kwam, had ze nooit een voet buiten haar geboorteland gezet. Nu wil ze de rest van de wereld verkennen. ,,Ik dacht: mag ik nu alsjeblieft zien hoe Griekenland eruit ziet? Of Nieuw-Zeeland, of China? Ik heb de werelddelen heel gericht aangekruist op de kaart en ben van plan alles te ontdekken.'' Af en toe bezoekt ze Suriname nog wel, maar dat afscheid is definitief. ,,Ik heb mijn oude paspoort met pijn in het hart laten perforeren.''

Laetitia Juliëtte Griffith
Geboren: 1 november 1965 in Suriname
Opleidingen: vwo op het Lyceum Paramaribo (1984-1986)
Nederlands recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam (1987-1992)
postdoctoraal Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag (2000-2002)
Loopbaan: juridisch medewerker bij het ministerie van Justitie (1993-1995)
Secretaris van voorzitter Docters van Leeuwen van het college van procureurs-generaal (1995-1998)
Terug naar Justitie als senior juridisch medewerker en later als senior beleidsadviseur
Lid van de VVD-fractie in de Tweede Kamer (vanaf 30 januari 2003).
Wethouder financiën en economische zaken in Amsterdam (vanaf 1 juni 2005)
Woonplaats: Amsterdam
Privé: getrouwd met hoogleraar strafrecht Jan Naeyé (59), geen kinderen.

Lees verder......

25 april 2005

Ali Sari heeft het helemaal gemaakt

Serefligökgözü – Ali Sari was de eerste uit het dorp die ging. Met één koffer bagage trok hij in 1965 per bus richting Ankara, richting Holland. Nu bezit hij in Serefligökgözü een fraaie roze villa met schotelantenne en een stevig hek erom heen, zes kinderen, dertien kleinkinderen, een flat in de Turkse hoofdstad en een woning in Amsterdam-Noord.
En dat niet alleen: het halve dorp woont inmiddels in Amsterdam, broers, ooms, neven, aangetrouwde nichten, de buurman, noem maar op. Ze richtten er met z’n allen een welzijnsvereniging op, en een sportclub, Sereflispor.
Ali lacht naar Rita Verdonk, die tegenover hem zit in het dorpshuis van Serefligökgözü ,,Niet slecht hè?’’, vraagt hij rhetorisch. Niet slecht, antwoordt zij. ,,U heeft het helemaal gemaakt.’’

Het dorpshuis is nog in aanbouw, alleen een portret van een minzaam lachende Kemal Atatürk hangt al aan de muur. Straks kunnen hier feesten worden gevierd en er valt wel wat te vieren, want het beter met het plaatsje. Vroeger was het arm als de mieren, nu laten tientallen ‘Nederturken’ er een woning bouwen, voor de vakantie of voor het pensioen. Bewoners schatten dat migranten alleen de laatste twee jaar al één miljoen euro’s hebben geïnvesteerd. Allemaal hebben zij de vruchten geplukt van het wervingsverdrag dat Nederland precies veertig jaar geleden met Turkije sloot om arbeidskrachten te ronselen.
Maar Verdonk is er niet om de succesverhalen te horen. Iederéén uit het dorp wil naar Nederland, en dat bevalt haar maar matig. ,,Wat denkt u dat u uw vrouw daar kunt bieden?’’, vraagt ze aan de 19-jarige Ahmet, die zijn echtgenote uit Ankara hun kind binnenkort wil laten overkomen naar Nederland. Ahmet heeft zijn ivbo (?) niet afgemaakt, en doet thuis in Holland klusjes in de winkel van zijn 4 broers en 2 zussen. ,,Waar moeten jullie van leven?’’
Ze kijkt zorgelijk. Verdonk wil de stroom aan allochtonen die als gezinshereniger naar Nederland komen, inperken. Vanaf 1 november gelden veel strengere eisen. Mensen moeten 120 procent van het minimumloon verdienen, 21 jaar zijn en bovendien eerst een taalexamen halen. Ahmets vrouw heeft nog geen woord Nederlands geleerd. Hij had een boek voor haar mee willen nemen naar Turkije, maar dat ‘vergeet hij steeds’.
Hoewel Verdonk het niet graag wil horen, heeft Ahmet alle reden om naar Nederland te gaan.
In Serefligökgözü is namelijk elf maanden per jaar niks te doen. Als de vakantiegangers vertrokken zijn, is het een dooie boel. De achterblijvers hangen bij elkaar tegen een schuurtje, sloffen door de onverharde straten, af en toe prikt een kip in de mest. Wanneer de muzzaheddin oproept tot het middaggebed in de kleine moskee, komt hooguit een tiental mensen opdraven. De bewoners hebben weinig interesse voor zijn religieuze boodschap.
Er is één minimarkt, en een schooltje. ,,Beetje op het land werken, tv kijken en heel vroeg naar bed’’, vat Hakki Sari het dagelijkse leven samen. Tien jaar werkte hij illegaal in Nederland, in de horeca, en nu is ook hij terug. Werkloos. Binnenkort probeert hij opnieuw aan de bak te komen, in Amsterdam uiteraard en ja, illegaal.
In de vakantiewoning van Ali Sari komt koffie op tafel, met completa. Ali’s vrouw Hatice staat in de keuken, een enorme, vriendelijke vrouw gekleed in grote gewaden en een hoofddoek op. Ook zij woont al meer dan twintig jaar in Amsterdam-Noord, maar er komt geen woord Nederlands over haar lippen. Haar kleinkinderen verstaat ze niet. Leren gaat niet meer, zegt ze. Te oud.
Dat woord wil Verdonk niet horen. Iedereen moet Nederlands leren spreken, vindt ze, en vooral moeders. ,,Ik ken heel wat vrouwen van uw leeftijd die een beetje handwerken en tegelijkertijd Nederlands leren, hoor’’, zegt ze licht bestraffend. Ze zit ingeklemd tussen twee bejaarde schoonzussen op de bank. De schoonzussen knikken. Eén van hen zou niets liever willen. Haar hele leven woont zij in Serefligökgözü en haar halve leven hoort ze al verhalen over Nederland. Maar de migratiepapieren liggen ver buiten haar bereik. Bij het afscheid fluistert ze: ,,Wil je me meenemen?’’

Lees verder......

14 maart 2005

Liever dood dan monddood

Niemand in Nederland heeft zoveel vastberaden vijanden als Ayaan Hirsi Ali. Radicale moslims beramen plannen om haar te vermoorden. Haar vriend Theo van Gogh werd in Amsterdam van het leven beroofd. Zonder intensieve beveiliging wacht Hirsi Ali eenzelfde lot. Haar bestaan staat sinds 2 november 2004 in het teken van de dood. ,,Het leven heeft veel meer zin, wetende dat het eindig is.''

Den Haag - `Als ik dood ga, blijft er niets van me over. When I die I shall rot, zei de Britse filosoof Russel. Ik kan me voorstellen dat sommige mensen dat naargeestig vinden, maar voor mij was die gedachte een opluchting. Dat komt door het helsbeeld uit de islam. Je voelt voortdurend de vlammen aan je hielen kietelen, en opeens stel je vast dat er na de dood niets is. Dan denk je: het leven is maar wat het nu is, we moeten er het beste van maken.
Het leven heeft veel meer zin, wetende dat het eindig is. Dat besef is na de moord op Theo gaan groeien. Ik weet voortdurend dat het afgelopen kan zijn, ik ben niet blind voor alle bedreigingen. Ik wil niet bang in een hoekje gaan zitten. Ik heb vrienden en ik probeer te genieten van het leven. Als het mooi weer is, vind ik dat heerlijk. Twee dagen geleden was ik in Madrid en werd geattendeerd op een mooie expositie over Albrecht Dürer. Vroeger zou ik gedacht hebben: dat soort dingen doe ik wel als ik tachtig ben - oud en bejaard. Nu maak ik er een uurtje voor vrij. Je wilt alles zien, alles meemaken en alles doen.
De wetenschap dat er niets is na de dood heeft mij zelfverzekerder gemaakt over het leven. In mijn opvoeding heb ik geleerd wat volgens de islam het verschil is tussen goed en kwaad. Maar als God niet bestaat, moet de mens zijn eigen morele oordeel vellen en dat is een fijn idee. Ik laat mij niet meer vertellen dat dit het kwade is of dat het goede. Daar ga ik zelf over, dat vind ik bevrijdend. Geloof laat geen ruimte voor twijfel, en ik ben nu een en al twijfel. Doe ik dingen wel goed?
Zonder hiernamaals is mijn fantasie over de tijd na mijn dood beperkt. Vroeger, toen ik nog moslim was, geloofde ik in hel en hemel zoals ze in de koran nauwkeurig beschreven staan. In de hel verbrand je, en als de slechteriken opgebrand zijn, krijgen ze een nieuw lichaam en dan begint alle ellende van voor af aan. Niet echt een vrolijk vooruitzicht, nee. De hemel bestaat uit tuinen en grachten vol heerlijke wijnen en andere dranksoorten. Een plek waar het niet koud is en niet warm, waar een zacht briesje waait. Ze zijn alleen het strand vergeten, haha.
Door 2 november is mijn naïviteit verdwenen. Je denkt eerst: ach, die mensen zijn in Nederland geboren en opgegroeid, die zullen zoiets niet doen. Zij vinden het stoer om radicale dingen te roepen, maar volgens mij hebben die kinderen nog nooit echt bloed gezien. Het blijkt nu allemaal veel ingewikkelder te zijn. Jongemannen worden geïndoctrineerd en zien op internet de ene na de andere onthoofding. Dat heeft kennelijk effect.
Wel leefde ik al jaren met de angst dat mij iets kon overkomen. Maar dat was een vage vrees. Na de aanslag op Theo is die angst helemaal niet vaag meer. Je weet hoe de dood eruit ziet, en je weet dat er mensen zijn die het echt durven. Doen alsof mensen in wezen goed zijn, lukt mij niet meer. Voorheen liet ik mij troosten met de gedachte dat moslimextremisme voorbij zou waaien. Dat denk ik niet meer. Ook al is het een voorbijgaand verschijnsel, hoeveel mensen worden nog het slachtoffer?
Het beeld van Theo op straat in Amsterdam raak ik nooit meer kwijt. Onwezenlijk en afschuwelijk. Het maakt me heel erg boos, ik voel me heel erg machteloos. Maar het is gebeurd. Ik kan het onwezenlijke gevoel alleen vergelijken met de dood van mijn zusje Quman. Toen ik heel klein was - ik weet niet meer hoe klein - werd zij weggevoerd door een man die haar in witte lakens had gewikkeld. Ik stond bij de deur te gillen en te huilen, en ik dacht dat zij aan het huilen was. Dat is iets wat nooit meer weggaat, dat blijft bij je. Ik was veel te jong om te weten wat de dood is. Ze leeft nog in mijn hoofd - hij ook. Dat is heel raar. Ik hoor zijn stem nog, zijn telefoonnummer staat nog in mijn gsm, bij de letter T. Als ik iemand moet bellen, zie ik zijn naam soms in het schermpje.
Ik ben wel naar zijn lichaam geweest, maar dat is geen afscheid. Als iemand zo ziek is dat je weet dat hij sterft, kun je er nog met hem over praten. Maar als iemand zo vol leven is, en van de ene op de andere dag op een afschuwelijke manier wordt afgemaakt, voel je niet dat hij weg is. Bij ons thuis werd over Quman gesproken alsof ze er nog was; zo praat ik ook nog steeds over Theo.
'Ik weet zeker O Hirsi Ali, je zal ten onder gaan'. Toen ik de brief van Mohammed B. voor het eerst las, reageerde ik rationeel. Ik wilde een analyse van de tekst hebben, wilde weten wie er achter zat, of het iemand was met gezag of juist niet. Ik maakte het abstract. Voor de inhoud sloot ik me af. In de brief staat dat Europa en de Verenigde Staten ten onder gaan - dat is natuurlijk het geluid van de wanhoop. Als je alleen al kijkt hoe hij alles bij elkaar heeft geveegd: Amerika, Europa, Nederland én Hirsi Ali. Wat moet ik daar nu van zeggen?
Als er nu dreigementen binnenkomen per e-mail, wil ik die niet meer zien. Ik wil eigenlijk helemaal geen e-mails meer zien. Mijn medewerkster maakt een selectie en geeft mij alleen de zakelijke berichten. Alle bedreigingen gaan rechtstreeks naar de beveiliging. Af en toe lees ik dan in de krant: die en die bedreiger van Hirsi Ali is opgepakt en berecht. Dan denk ik: hé, daar wist ik niets van.
Sommige mensen vinden dat Mohammed B. de doodstraf verdient. Daar ben ik niet voor. Mohammed B. is nou net iemand die er op rekende dat hij dood zou gaan. Als hij de doodstraf krijgt, maakt dat alsnog een martelaar van hem. Bovendien vind ik het onbeschaafd om een mens willens en wetens te doden, of het nu een misdadiger is of niet. Wij moorden niet.
B. dacht dat hij in de hemel kwam door in naam van Allah Van Gogh af te slachten. Er zijn meer dwalende jongeren die zover kunnen komen. Het wordt ze vanaf hun geboorte ingepeperd dat Gods waarheid absoluut is. We moeten hen van jongs af aan leren om vraagtekens te zetten bij de leer van de profeet. Hen zeggen: de absolute waarheid bestaat niet. Er moet altijd een rood lampje gaan branden in je hoofd als je de opdracht krijgt dat je iemand iets moet aandoen.
Ik zal daar mijn mond niet over houden. Op de middelbare school leerde ik: je hebt een stelling en die moet je zo scherp mogelijk zien te formuleren zodat je een tegenreactie uitlokt. Maar hoe scherper je dingen neerzet, hoe groter de kans dat je aanvallen op je persoon uitlokt. Dat hoort erbij. Ik ben niet van plan me te laten muilkorven. Monddood zijn is erger dan dood zijn. De dood is vooral afschuwelijk voor de nabestaanden, zelf voel je er niets van. Als ik niet meer kan zeggen wat ik wil, ben ik een gevangene. Dan zit ik geestelijk in een cel, moet ik iedere dag tegen mezelf zeggen: dit had ik willen vertellen, maar dat kan niet meer. Nee, ik zal niet het braafste meisje van de klas worden.
Iedereen vraagt me hoe lang ik dit vol hou. Mijn antwoord: zolang het effect heeft wat ik doe. Als ik alleen nog maar bezig ben met persoonlijke sores, heb ik een probleem. Ik heb nu niet het gevoel dat het mij allemaal teveel is en dat ik weg moet lopen. Natuurlijk, ik heb mijn werkwijze door alle bedreigingen moeten aanpassen. Gewoon naar huis fietsen of 's avonds naar de kroeg is er niet meer bij. Naar het strand of naar de film, kan ik alleen nog als er bewakers bij zijn. Maar als de lampen in de bioscoop uitgaan, zie ik ze niet meer.
Eigenlijk ben ik mijn hele leven al op de vlucht. Ik heb altijd als een nomade geleefd. Eenentwintig dagen na mijn geboorte zette een staatsgreep het leven van mijn vader en moeder in Somalië totaal op zijn kop. Wie banden had met het oude regime werd gelyncht, het land uit gegooid of in de gevangenis gezet. Het ziekenhuis waar ik ben geboren zit nu onder de kogelgaten. Er is niets meer van over, een ruïne. Zes jaar later vluchtte mijn moeder met haar kinderen het land uit naar Saoedi-Arabië. Ook daar hebben we nooit lang op dezelfde plaats gewoond.
Ik weet niet beter. Het gewone leventje van Nederlanders ken ik niet. Ik heb een vriendin die in Brielle is geboren - haar ouders zijn in Brielle geboren, haar grootouders ook. Zoiets kan ik me niet voorstellen. Na mijn studie kocht ik een huis en besloot: hier blijf ik dertig jaar wonen en schiet ik wortel. Ik wilde mijn leven niet meer op zijn kop zetten. Het had glas-in-loodramen en een open haard. Dat laatste vond ik prachtig: in Afrika zitten of liggen mensen na het eten graag om het vuur om te praten, om naar de sterren te staren. En het is nog warm ook.
Dat ben ik allemaal kwijt. Ik zat ondergedoken op een marinebasis en leefde uit mijn koffer. Binnenkort krijg ik de sleutels van een nieuw huis - het is niet van mij, maar van de staat. De enige reden dat ik ja zei tegen dit betonnen gebeuren is dat het er veilig is en ik niet meer hoef te verhuizen. Ik ben blij dat ik weer een dak boven mijn hoofd heb.
Mijn motto is: het hele leven bestaat uit het oplossen van problemen. Ik reken er niet op dat het makkelijk zal zijn. Het enige wat ik hoop is dat mensen mij later herinneren als iemand die alles wat ze deed, oprecht deed.''

Lees verder......

24 december 2004

God is gekaapt

Gelovigen zien in haar de antichrist. Is Lousewies van der Laan bezig met een atheïstische kruistocht tegen christelijk Nederland? ,,Ik sta erg open voor goddelijke ervaringen. Ik heb maar `n klein wondertje nodig en I'm yours.'

Den Haag - Het was een ontluisterend moment. In de hof van Gethsemane in hartje Jeruzalem werd de romantiek van het geloof voor Lousewies van der Laan grondig om zeep geholpen. Vertelde een gids doodleuk: ,,Hier stond Jezus, daar Judas, hier werd hij gearresteerd, daar werd hij gekruisigd, en hier lag ie in de grot.'' Van der Laan: ,,Al die bijbelse verhalen werden opeens banale historische feiten. Tel daar bij op het eindeloze gekibbel tussen de drie godsdiensten in die stad - jodendom, christendom en islam. Iedereen was elkaar maar een beetje aan het aftroeven: wij zijn het ware geloof, nee wij zijn beter. God is gekaapt door kerken, godsdiensten en mannen. Daar wil ik niet zoveel mee te maken hebben.''
Tussen de kerk en Lousewies van der Laan heeft het nooit echt geboterd. Als kind kreeg ze de wind van voren wanneer zij brutale vragen stelde over het geloof. Nu zoekt ze in de politiek de confrontatie met koppige gelovigen. Christelijk Nederland heeft een nieuwe vijand. Het D66-Kamerlid wordt gezien als de antichrist, een verlichtingsfundamentalist, een `politieke zombie' die het wetboek wil kuisen van Gods regels. De strafbaarheid van godslastering moet eraan geloven, de zondagsrust is niet langer heilig, net als de lichamelijke trouw tussen echtelieden. De felle, op de persoon gerichte reacties hebben haar verbaasd. ,,Als mensen je persoonlijk aanvallen, weet je zeker dat ze niet meer zoveel te melden hebben. Het is heel moeilijk om hierover te praten zonder dat iemand beledigd is. Het raakt mensen in hun diepste geloofsovertuiging. Maar dat heb ik van me af gezet. Jörgen Rayman zei: als ik een grap maak over een vrouwtje die bij de bakker komt, is er altijd wel een vrouwtje of een bakker die beledigd is. Maar ik heb ook ontzettend leuke brieven gekregen van diepgelovige christenen die het helemaal niet eens waren met hun politici. Die zeiden: God heeft zo'n wetsartikel helemaal niet nodig - Hij velt zijn eigen oordeel.''
Gelooft u in God?
,,Ik heb aanvaard dat ik daar nooit echt uit zal komen. Het lijkt me heerlijk als je vol vertrouwen gelooft, en weet dat er een hiernamaals is waar je naar toe gaat als je je aan wat afspraken houdt. Dat geeft ongelofelijk veel rust. Ik sta heel erg open voor goddelijke ervaringen, denk altijd: kom maar op, ik heb maar een klein wondertje nodig en I'm yours. Ik weet het niet, ik heb wel het gevoel dat er iets is.''
Een aanhanger van het ietsisme!
,,Misschien. Ik vind het ook niet zo relevant.Ik heb bepaalde overtuigingen over de manier waarop ik mijn leven zin probeer te geven. Als ik er later achter zou komen dat dat door iets hogers is gekomen, zou me dat niks verbazen, maar als dat niet zo blijkt te zijn, vind ik het ook best. Ik zou mezelf geen atheïst willen noemen. Dat zijn allemaal van die hokjes, daar heb ik niks mee. Het is natuurlijk zonde dat je maar tachtig jaar leeft en dat het dan allemaal voorbij is. Daarom is iedereen zo ontzettend bezig om onsterfelijk te worden: kinderen krijgen en in de krant komen. Als je weet dat je nog in alle eeuwigheid op een wolkje in de hemel zit, heb je dat allemaal niet zo nodig.''
Wat gebeurt er als Lousewies van der Laan doodgaat?
,,Geen idee. Als je overlijdt, krijg je snel de waarheid te horen. Het is een meevaller als er dan iets is. Maar van de andere kant: stel dat het daarboven eindeloos doorgaat? Eindeloos is wel erg lang.''
Wanneer bent u voor het laatst in een kerk geweest?
,,Bij de begrafenis van prins Bernhard. Ik heb daar wel een traantje gelaten. Niet alleen omdat hij dood is, maar ook omdat begrafenissen een moment zijn om na te denken: wie heb je nog en wie ben je kwijtgeraakt. Maar ik kom ook wel eens in kerken dat ik denk: waar zijn jullie in hemelsnaam mee bezig? Dan wil ik het liefst in discussie gaan. Als kind heb ik een jaar op een katholieke school gezeten. Tijdens de mis stak ik op een gegeven moment mijn hand op omdat ik een vraag wilde stellen over wat er gebeurde. Dat was helemaal niet de bedoeling. Ik vind het nog steeds erg jammer als iets onbespreekbaar is omdat het van God komt. Terwijl ik denk: Als God bestaat, dan is hij ook van mij.''
Wat vindt u ervan dat religie een steeds sterker stempel op de samenleving en de politiek drukt?
,,Geloof is in - en het zal steeds inner worden. Maar ik zie een gigantisch risico. Godsdienst wordt vaak misbruikt voor conservatieve denkbeelden. Je kunt er donder op zeggen: hoe meer het geloof weer voet aan de grond krijgt, van welke kleur of smaak dan ook, des te meer discussies we moeten overdoen. Over drugsbeleid, prostitutie, homoseksualiteit, de rol van de vrouw. Dat is onvermijdelijk. Dat komt niet alleen door de islam, ook een partij als het CDA is helemaal niet zo blij met het drugsbeleid of het prostitutiebeleid. Zij vellen daar een moreel oordeel over dat niet op feiten is gebaseerd. Laten we er dan maar eens over praten of hun standpunt echt is wat Jezus wilde. Maria Magdalena was een prostituee, die is door Jezus omhelsd. En dan gaan wij een beetje asociaal lopen doen? Forget it!''
,,Het grote risico van godsdienst is dat het niet bediscussieerbaar is. Het is een absolute waarheid. Maar als je echt in God gelooft, hoef je toch helemaal niet wakker te liggen van de vraagtekens die ene mevrouw Van der Laan daarbij plaatst? Ik heb veel lieve brieven gekregen van christenen die zeiden: `Mevrouw Van der Laan, u heeft heel veel wijsheid nodig, dus we gaan voor u bidden.' Dat vind ik een christelijke benadering. Die mensen hebben ook allemaal een heel aardig mailtje terug gekregen. Enkele andere christenen wensen dat ik zal branden in de hel.''
Balkenende zei: we blijven een christelijke natie.
,,Dat is heel eng. Dat is even eng als: we zijn een blanke natie, of we zijn een heteroseksuele natie. Alle labels, hokjes en generalisaties zijn gericht op het uitsluiten van groepen. Het resulaat: een Turkenhokje, Marokkanenhokje, homohokje. Schoenendozen met stickers erop, dat moeten we niet hebben. Het is precies het tegengestelde van wat Jezus wilde. Hij zat geen mensen uit te sluiten, doe dat dan ook niet in zijn naam! Was hij maar hier, dan zou ie er boos over worden.''
U pleitte ooit voor het verbreken van de banden met het Vaticaan. Wie is erger: generaal Pinochet of de paus?
,,Als je erg bent, ben je erg. Je kunt ze niet met elkaar vergelijken. Pinochet heeft moedwillig mensen laten vermoorden, de paus heeft een ongelooflijke macht om goed te doen. Als je dat potentieel om goed te doen niet inzet, is dat ook heel erg kwalijk. Hij kan levens redden door het gebruik van condooms toe te staan, hij kan van alles. Hij hoeft maar met zijn vingers te knippen en het gebeurt.''
Ondertussen zitten we in Nederland opgescheept met een streng-christelijke partij die vrouwen uitsluit.
,,We zitten in de rare situatie dat we hier een fundamentalistische partij hebben die in veel andere landen verboden zou zijn, de SGP. Bij ons is die legaal. Als er nu een fundamentalistische moslimpartij opstaat die zegt: vrouwen moeten in de keuken, homo's zijn lager dan honden en we willen een theocratie vestigen, kunnen we die om die reden niet verbieden. Om eerlijk te zijn: ik ben daar ook niet tegen. Kom maar op! Leuk, al die mensen die dat willen proberen. Het gaat ze nóóit lukken. Je hebt hier conservatieve en progressieve moslims, homomoslims, heteromoslims, PvdA-moslims, D66 moslims - zelfs CDA-moslims. Zo'n moslimpartij zal verdomd klein zijn, hooguit twee of drie zetels. En dat zijn inderdaad de mensen die de Osama Bin Laden-theorie aanhangen, namelijk dat hier een kalifaat gevestigd moet worden waar de sharia geldt.''
Vindt u de profeet ook pervers, zoals Ayaan Hirsi Ali zei?
,,Mohammed? Er waren veel profeten. Ik heb onze stagiaire gevraagd om voorbeelden te geven van de huwbare leeftijd tussen het jaar 500 en 1500 in Nederland. Die lag ook vrij laag, net als in Arabië. Mohammed was wel getrouwd, voor zover ik weet, voor hij met het jonge meisje Aïsja naar bed ging. Dus in die context: Nee, geen perverseling. Wat niet betekent dat mensen er in die tijden geen rare praktijken op nahielden.''
Kiest Hirsi Ali wel de goede toon in de discussie over de islam?
,,Of Ayaan effectief is, weten we pas over tien jaar. Ik weet niet hoeveel vrouwen er zijn die haar op televisie zien en dan denken: ik pik het niet, ik ga niet met die klootzak trouwen, of ik ga naar een blijf-van-mijn-lijfhuis. Het is erg moeilijk om nu iets te zeggen over Ayaan. Je wordt meteen in het pro-Ayaan of in het anti-Ayaankamp geduwd. Als ze kiest voor de confrontatie, moet dat kunnen. Het nadeel van haar aanpak is dat veel moslims zich in de defensie geduwd voelen. Ik ben het niet eens met haar generalisaties. Bij haar wordt de hele islam bij de vuilnisbelt gezet. Net als bij het christendom of jodendom zijn er in de islam mooie, sterke punten die je eruit moet halen. Godsdienst is een ontzettend mooi concept, voor veel mensen is er niks heerlijkers dan dan bij mensen in een kerk te zijn waar je warmte vindt.''
Wat geeft u zelf eigenlijk een warm, goddelijk gevoel?
,,Er is niks mooiers dan het begin van de lente: de eerste stralende dag, 25 graden, alles in bloei, een stralend blauwe lucht, geen panty meer aan, een zomerjurkje met blote benen en sandalen. Dan kun je overal tegen, dan kun je alles aan.''
,,Maar het meest goddelijke en wonderbaarlijke is een kind krijgen. Als je een aantal cellen bij elkaar stopt, ontstaat er nog geen leven. Dan ontbreekt een vonkje. Tegelijkertijd kan ik me voorstellen dat een gelovige grote twijfels krijgt als zij een kind krijgt.
Een zwangerschap is zwaar, in veel landen levensgevaarlijk. Bij een bevalling gaat het vaak mis. Alleen daarom al moet je hopen dat het geen opzet van God is om vrouwen te pijnigen. Het is heel magisch, maar zó primitief.
De enige reden dat veel mensen zich überhaupt nog voortplanten, is omdat seks zo heerlijk is en orgasmes zo goed voelen. Niet omdat het zo'n prachtige ervaring is om zwanger te zijn.
Ik heb een ontluisterende bevalling gehad. Ik zou daardoor nooit in een scheppingsverhaal kunnen geloven. Mijn zoon is nu acht maanden, hij heet Helix. We hebben er bewust voor gekozen hem geen religieuze naam te geven. Want dan ga je meteen denken: wat is er ook al weer met Salomon gebeurd? De dubbele helix is de structuur van het menselijk DNA. Het moest een ongebruikelijke naam zijn, van Lousewies bestaat er ook maar één.''

Louse Wies Sija Anne Lilly Berte (Lousewies) van der Laan
Geboren: 18 februari 1966 Rotterdam
Burgerlijke staat: getrouwd, één zoon
Woonplaats: Den Haag
Geloof: Niks, vader joods en protestant, moeder katholiek
Opleiding: internationaal recht en Europees recht in Leiden (tot 1990)
Loopbaan:
'97-'99 voorlichter Europees Commis-saris Hans van den Broek
'99-'03 lid Europees Parlement
`03 lid Tweede Kamer

Lees verder......

24 september 2004

Eenzaam en onzichtbaar op het Binnenhof

Wie? Ali Lazrak? Een jaar geleden werd Ali Lazrak door Jan Marijnissen uit de SP gezet. Sindsdien is hij onzichtbaar op het Binnenhof. ,,Hoogtepunten waren er niet.''

Den Haag - Vrienden heeft Ali Lazrak niet meer in Den Haag. Sinds zijn radicale breuk met de SP slijt het Tweede-Kamerlid zijn dagen als geïsoleerde eenling in een kamertje achteraf. Zelfs vergaderingen over zijn favoriete onderwerp, integratie, laat hij aan zich voorbij gaan.
,,Ali Lazrak? Geen flauw idee waar die mee bezig is'', zegt Arno Visser, woordvoerder integratie van de VVD. ,,Ik zeg nog wel eens hallo en hoe is het'', vertelt de buurvrouw die in de plenaire zaal naast hem zat, Ineke Dezentjé. ,,Ik kan me niet herinneren dat ik hem ooit in de integratiecommissie heb gezien'', peinst CDA-Kamerlid Mirjam Sterk.
Morgen is het precies een jaar geleden dat Lazrak met slaande deuren bij de SP vertrok. Ruzie over geld en het in zijn visie hardhandige leiderschap van Jan Marijnissen betekende het einde van zijn korte loopbaan in de fractie. De in Marokko geboren oud-journalist weigerde tot ergernis van zijn vroegere partijgenoten zijn zetel af te staan en begon voor zichzelf. De schamele oogst van een jaar werk: nul moties en zeven schriftelijke vragen. Vergelijk dat met een fractie als de SGP, die met twee mensen een score haalde van 28 moties en 52 vragen. Het is gissen naar zijn standpunten. ,,Het is een beetje lullig om een collega te bekritiseren'', zegt een PvdA'er. ,,Maar de waarheid is dat hij er nooit is.'' Eénmaal riep Lazrak zijn hulp in bij een debat waar hij verstek liet gaan. Of de PvdA namens hem een motie kon indienen over homoseksuele allochtonen. ,,Dat ging natuurlijk niet, hoewel het onderwerp best sympathiek was.''
Lazrak (57) geeft het toe, hij heeft nog niet veel bereikt. ,,Hoogtepunten zijn er niet'', erkent hij, maar hij heeft niet het gevoel dat zijn aanwezigheid veel zou kunnen veranderen. ,,Ik kan natuurlijk een vraag stellen aan een minister, maar dan staan er 16 ambtenaren klaar om die vraag te beantwoorden. Nou, dat is keurig.'' Hij voegt er aan toe: ,,De SP is kampioen vragenstellen, maar hoeveel van die vragen hebben effect gehad? Er zijn collega's die te pas en te onpas naar de microfoon te lopen, ik noem dat politiek exhibitionisme. Ik denk dan: prima, ik geloof het wel.''
Niet dat hij de hele dag loopt te lanterfanten, benadrukt Lazrak. Hij gaat liever op pad, het land in. Dingen die hij wil bereiken, zoals het bevorderen van integratie van allochtonen, zijn niet te realiseren vanuit Den Haag. Waar gaat hij dan naartoe? ,,Ik kan u geen adres geven, ik kan u ook geen namen noemen of geboortedata. Maar als u met me mee wilt, bent u van harte welkom.''
Het is ook niet eenvoudig om een eenmansfractie te vormen. Vóór Lazrak hadden Kamerleden als Harry Wijnschenk (oud-LPF), Winny de Jong (idem), oud-PvdA'er Marjet Ockels, en Fred van der Spek (voorheen PSP) al gemerkt dat eenlingen vaak worden bespot, genegeerd en doodgezwegen door de pers. Lazrak: ,,Het is ontzettend moeilijk om in je eentje alles te volgen wat zich hier afspeelt, dat geldt zelfs voor een partij als de SP, met acht zetels.'' Bovendien, heeft hij inmiddels ervaren, hoeft hij als eenling geen weerwoord te verwachten van andere partijen. ,,Iemand als VVD-fractieleider Jozias van Aartsen gaat echt niet met mij in debat. Je kunt vragen wat je wilt, maar de hiërarchie is nu eenmaal zo.''
Als SP'er moest Lazrak een flink deel van zijn salaris in de partijkas storten, nu zit hij er warmpjes bij. Een fractievoorzitter ontvangt maandelijks ruim 7200 euro, plus een reiskostenvergoeding. ,,Ik een onzichtbare graaier? Die kwalificatie doet me niks. Mijn tenen zijn van normale lengte, ik lig er niet wakker van.''
De kritiek weerhoudt Lazrak er niet van te dagdromen over de oprichting van een nieuwe politieke partij, een bont gezelschap van homo's, vrouwen, imams, buitenbeentjes. De beweging zou de naam Holland Plus of Nederland Plus moeten krijgen. Maar de ambities om zelf op die lijst te komen, zijn niet hoog en de verwachtingen bescheiden: ,,Dertig zetels hoeft voor mij niet zo nodig.''Nee, hij vindt zichzelf niet eenzaam. De namen van collega's die in de plenaire zaal naast hem zitten, zijn hem helaas even ontschoten.
Ondanks alles heeft Lazrak geen spijt van zijn vertrek bij de SP. ,,Dat is een gesloten boek. Ik heb geen contact meer met Jan Marijnissen.'' Hij kijkt op zijn horloge: ,,Ik vind dat wij wel genoeg gepraat hebben nu.''

Lees verder......